Programma G&G 1

Terug naar FCI Obedience

Het programma G&G 1 bestaat uit de volgende onderdelen:

Oefening Coëfficiënt Punten
1 2 minuten liggen uit zicht 3 30
2 Los volgen 3 30
3 Sta (tijdens het volgen) 2 20
4 Komen op bevel 3 30
5 Zit (tijdens het volgen) 2 20
6 Vak zenden 4 40
7 Vlak apport 3 30
8 Appèl op afstand 3 30
9 Sprong over de horde 3 30
10 Algemene indruk 2 20
28 280
224 – 280 punten Kwalificatie Uitmuntend, door naar G&G   2
196 – 223,99 punten Kwalificatie Zeer Goed
140 – 195,99 punten Kwalificatie Goed
< 140 punten Geen kwalificatie

Met uitzondering van oefening 1 worden de oefeningen individueel uitgevoerd.

Oefening 1. 2 minuten liggen uit zicht. Coëfficiënt 3.
Commando’s: “Af”, “Blijf” en “Zit”
De combinaties staan naast elkaar in een rechte lijn met een tussenruimte van ongeveer 3 meter opgesteld, de honden aangelijnd en zittend naast de geleiders. Op aanwijzing geven de geleiders om beurten de hond het commando te gaan liggen. Van links naar rechts wordt de aanwijzing gegeven om de hond te laten liggen. Zitten geschiedt van rechts naar links. De geleiders gaan gezamenlijk uit zicht voor de duur van 2 minuten. De tijd start als alle geleiders uit zicht zijn. Na 2 minuten krijgen de geleiders de opdracht om zich aan de rand van de ring op te stellen. Op aanwijzing gaan ze gelijktijdig terug naar hun hond. Op aanwijzing mogen ze hun hond, stuk voor stuk, laten zitten. De groep bestaat uit minimaal 3 en maximaal 6 honden. De geleiders worden eraan herinnerd om geen luid commando te geven. Hierop kunnen andere honden reageren en wordt streng bestraft.

Toelichting.
Op aanwijzing “honden aflijnen” en dan “de oefening begint”, nadat de honden afgelijnd zijn. de oefening start hier voor alle deelnemers in de rij. Op aanwijzing worden de honden een voor een afgelegd. De oefening eindigt nadat alle geleiders terug zijn gegaan naar hun hond, de honden een voor een zijn gaan zitten en de aanwijzing “einde oefening” is afgekondigd. Het is toegestaan dat de hond z’n kop draait om rond te kijken en interesse te tonen indien er geluiden zijn rond de ring. Dit mag geen onrustig gedrag van de hond zijn. Indien een hond opstaat en een andere hond stoort of dreigt te storen, wordt de oefening afgebroken en opnieuw uitgevoerd. De storende hond wordt dan voor deze oefening uitgesloten. Indien een hond al punten scoorde voor de storing, zal deze score blijven staan. Dit geldt ook voor reeds toegekende aftrekpunten.

Puntenaftrek kan volgen, indien
– de hond voor het commando van de geleider gaat liggen/zitten Bijv op het commando van een ander; 2 pt
– de hond voortijdig gaat liggen/zitten voor het commando en uit zichzelf of op commando van positie wisselt; 3 pt
– de hond op de zij (flat) wordt gelegd; 3 pt
– de hond 1-2 keer blaft; 1-2 pt
– de hond positie wisselt nadat de geleider terug is in de ring, maar zich verder niet verplaatst; 5 pt
– de hond onrustig is of beweegt op de plaats;

Er worden geen punten toegekend, indien
– de hond weigert om te gaan liggen (2 commando’s);
– de hond zijn positie wijzigt terwijl de geleider zijn hond verlaat of uit zicht is;
– de hond meer dan 1X zijn lichaamslengte kruipt;
– de hond het grootste deel van de oefening blaft.

 

Oefening 2. Los volgen. Coëfficiënt 3.
Commando’s: “Volg”
Het volgwerk wordt beoordeeld in normale pas en met wendingen rechts, links, keertwendingen en halthouden. Het volgen wordt eveneens beoordeeld in versnelde pas, maar uitsluitend met rechtswendingen. Op aanwijzing moet de geleider met de hond de zogenaamde “pasjes” uitvoeren. Hierbij kunnen de volgende aanwijzingen worden gegeven; 2 of 3 passen achterwaarts en 2 of 3 passen voorwaarts. De losvolgende hond dient de geleider opgewekt te volgen aan zijn linkerzijde, met de schouder ter hoogte van de knie van de geleider en volgend in een parallelle lijn. De geleider moet zijn armen en voeten op natuurlijke wijze bewegen gedurende de gehele oefening.
Bij keertwendingen moet de geleider op hetzelfde spoor teruglopen. De geleider kan kiezen om de keertwendingen linksom of rechtsom uit te voeren. De “Duitse draai” is eveneens toegestaan. Hierbij is toegestaan dat de hond rond de geleider draait aan de rechterzijde. De hond dient de geleider zo dicht mogelijk te passeren. Wendingen naar links of rechts dienen in rechte hoeken van 90° te worden uitgevoerd. Tijdens het volgprogramma is het draaien van het hoofd, schouders of andere lichaamstaal niet toegestaan.
Het volg commando mag bij iedere start, tempowisseling en tijdens de “pasjes” worden gegeven. Wanneer de geleider stopt, moet de hond direct de startpositie innemen zonder commando.
Gedurende een wedstrijd lopen alle honden hetzelfde parcours.

Puntenaftrek kan volgen, indien
– de hond traag volgt; 3-4 pt
– de hond niet parallel volgt; 2 pt
– de hond achter en/of wijd volgt;
– de hond leunt en de geleider raakt;
– de hond de geleider hindert;
– er onvoldoende contact is tussen geleider en hond;
– er extra commando’s worden gegeven;
– de armen onvoldoende worden bewogen;
– de hond scheef naast de geleider gaat zitten.

Er worden geen punten toegekend, indien
– de hond de geleider verlaat of de geleider volgt op een afstand van meer dan een halve meter gedurende het grootste deel van de oefening.

 

Oefening 3. Sta tijdens het volgen. Coëfficiënt 2.
Commando’s: “Volg”, “Sta” en “Zit”
Geleider en hond starten in normale pas in een rechte lijn vooruit. Na ca. 10 meter beveelt de geleider de hond, zonder tempowijziging, te blijven staan. De hond dient direct te blijven staan en de geleider loopt ca. 10 meter door tot een markering, draait zich om en staat met het gezicht richting hond. Na 3 seconden krijgt de geleider de opdracht om terug te keren naar de hond en de hond te laten ansluiten.
Na 5 meter wordt halt gehouden. Alle fasen van de oefening geschieden op aanwijzing van de ringsteward.

Puntenaftrek kan volgen, indien
– de hond tot en met 1x de lichaamslengte nodig heeft om de positie in te nemen; 3 pt
– de hond zijn positie wijzigt (bijvoorbeeld gaat zitten of liggen)nadat de geleider zich omdraait; 3 pt
– de geleider tempo vermindert, stappen wijzigt of versnelt; 3 pt
– de geleider handsignalen en/of lichaamstaal gebruikt bij het geven van het commando. Afhankelijk van de zwaarte; 3 – 5 pt
– de hond de oefening traag uitvoert en/of scheef staat; 1 – 4 pt
– onvoldoende volgwerk wordt getoond; 1 – 2 pt

Er worden geen punten toegekend, indien
– de hond de verlangde positie niet inneemt;
– de hond zijn positie wijzigt (bijvoorbeeld gaat zitten of liggen)voordat de geleider zich omdraait;
– de hond meer dan 1x de lichaamslengte nodig heeft om de positie in te nemen;
– blijft staan voordat hiertoe een commando is gegeven;
– de geleider stilstaat voor of tijdens het geven van het positiecommando;
– extra commando’s worden gegeven.

 

Oefening 4. Komen op bevel. Coëfficiënt 3.
Commando’s: “Af”, “Hier” (1x) en “Voet”
De hond wordt op aanwijzing van de steward af gecommandeerd op de daartoe aangewezen plaats. De geleider verwijdert zich op aanwijzing van de steward ca. 20-25 meter van de hond in de aangegeven richting en stelt zich in front naar de hond toe op. Op aanwijzing van de steward dient de geleider de hond te roepen. De naam van de hond mag gecombineerd worden met het “hier” commando, maar mogen niet de indruk geven van twee aparte commando’s.

Toelichting.
– Het is belangrijk dat de hond vlot reageert op de gegeven commando’s. De hond moet bewegen met een goede snelheid en zijn tempo vasthouden, op zijn minst een snelle draf, het ras in aanmerking genomen. De hond dient de commando’s direct op te volgen. In de beoordeling moet de snelheid van de hond worden meegenomen.

Puntenaftrek kan volgen, indien
– een extra commando wordt gegeven; 3 pt
– de hond zijn positie wijzigt of tot en met 1x de lichaamslengte verplaatst; 2 pt
– de hond scheef voor of naast de geleider gaat zitten;
– de hond tegen de geleider botst;
– de hond traag komt;

Er worden geen punten toegekend, indien
– een derde commando wordt gegeven;
– de hond meer dan 1x de lichaamslengte verplaatst voor het “hier” commando.

 

Oefening 5. Zit tijdens het volgen. Coëfficiënt 2.
Commando’s: “Volg”, “Zit”
Geleider en hond starten in normale pas in een rechte lijn vooruit. Na ca. 10 meter beveelt de geleider de hond, zonder tempowijziging, te gaan zitten. De hond dient het commando direct op te volgen en de geleider loopt ca. 10 meter door tot bijvoorbeeld een markering, draait zich om en staat met het gezicht richting hond. Na 3 seconden krijgt de geleider de opdracht om terug te keren naar de hond en de hond te laten aansluiten. Na 5 meter wordt halt gehouden. Alle fasen van de oefening geschieden op aanwijzing van de ringsteward.

Puntenaftrek kan volgen, indien
– de hond tot en met 1x de lichaamslengte nodig heeft om de positie in te 3 pt nemen;
– de hond zijn positie wijzigt (bijvoorbeeld gaat staan of liggen)nadat de geleider zich omdraait; 3 pt
– de geleider tempo vermindert, stappen wijzigt of versnelt; 3 pt
– de geleider handsignalen en/of lichaamstaal gebruikt bij het geven van het commando. Afhankelijk van de zwaarte; 3 – 5 pt
– de hond de oefening traag uitvoert en/of scheef zit; 1 – 4 pt
– onvoldoende volgwerk wordt getoond; 1 – 2 pt

Er worden geen punten toegekend, indien
– de hond de verlangde positie niet inneemt;
– de hond zijn positie wijzigt (bijvoorbeeld gaat staan of liggen)voordat de geleider zich omdraait;
– de hond meer dan 1x de lichaamslengte nodig heeft om de positie in te nemen;
– gaat zitten voordat hiertoe een commando is gegeven;
– de geleider stilstaat voor of tijdens het geven van het positiecommando;
– extra commando’s worden gegeven.

 

Oefening 6. Vak zenden (15 meter). Coëfficiënt 4.
Commando’s: “Vak”, (“Sta”), “Af”, “Zit”
De geleider krijgt de aanwijzing om de hond, in een rechte lijn, naar een vak van 3 x 3 meter te sturen, op ca. 15 meter afstand van het startpunt tot midden vak. Het vak moet 4±1 meter van de buitenzijde van de ring worden geplaatst. De hoeken van het vak wordt gemarkeerd door pylonen. Zichtbare lijnen (door lint 2-3 cm breed, tape of kalklijnen) verbinden de pylonen aan de buitenzijde. De kleur van pylonen en lint zijn vrij, maar dienen contrasterend te zijn t.o.v. de ondergrond. Wanneer de hond in het vak is aangekomen, mag de geleider de hond het commando “sta” geven. Dit wordt niet als extra commando aangemerkt. Aansluitend moet de geleider uit eigen beweging de hond laten liggen. De hond dient het commando direct op te volgen, bij voorkeur met het front naar de geleider gewend. Op
aanwijzing van de steward gaat de geleider terug naar de hond en op aanwijzing van de steward dient hij de hond te laten zitten.

Toelichting.
De “will to please”, het tempo en de kortste weg worden mee beoordeeld. Om 10 punten te behalen zijn niet meer dan 4 commando’s toegestaan. Het vierde commando is het eventuele “Sta” commando in het vak. De hond dient alle gegeven commando’s op te volgen, dus ook een eventueel “Sta” commando in het vak. Naar keuze kan de hond direct “af” gecommandeerd worden in het vak. Er zijn dan slechts 3 commando’s toegestaan.
Om punten te behalen dient de hond geheel in het vak te liggen, de staart niet meegerekend. Indien de hond buiten het vak gaat zitten of liggen, mag hij niet meer worden doorgestuurd.

Puntenaftrek kan volgen, indien
– de hond zijn positie wijzigt voordat de geleider zich naast de hond heeft opgesteld; 4 pt
– de hond traag werkt; 3 pt
– de hond kruipt in het vak; 3 pt
– lichaamstaal wordt gegeven; 2 pt
– de hond gaat zitten voor het commando; 2 pt
– extra commando’s worden gegeven, afhankelijk van de sterkte en de dirigeerbaarheid van de hond.

Er worden geen punten toegekend, indien
– de geleider zich verplaatst (stapt in welke richting dan ook);
– de hond het vak verlaat voor het einde van de oefening;
– een derde commando wordt gegeven voor het “sta” of “af”;
– de hond voor of tijdens de oefening wordt “gericht” naar het vak;
– de hond, na het commando “af” buiten de belijning van het vak ligt, de staart niet meegerekend.

 

Oefening 7. Vlak apport. Coëfficiënt 3.
Commando’s: “Apport”, “Los”, “Voet”
De steward kondigt de start van de oefening aan en overhandigt een houten apporteerblok aan de geleider. De geleider werpt het apporteerblok minstens 10 meter in een door de steward aangegeven richting. De hond dient naast de geleider te blijven zitten totdat deze hem, op aanwijzing van de steward, bevel geeft te apporteren. De hond dient hieraan vlot, opgewekt en via de kortste weg gevolg te geven. Het is toegestaan dat de hond zich direct voorbij het blok omdraait alvorens deze op te pakken. Drie soorten apporteerblokken moeten beschikbaar zijn (max 450 gram), geschikt voor verschillende rassen. De grootte van het apporteerblok moet in verhouding zijn met de grootte van de hond. Maar de geleider is vrij om de grootte te kiezen. Tijdens het apport mag de hond niet op het voorwerp kauwen of dit overpakken. De hond moet het geapporteerde voorwerp ca. 3 seconden vasthouden totdat de geleider dit, op aanwijzing van de steward, vast neemt en de hond het bevel geeft los te laten. Indien de hond voor zit geeft de geleider de hond een commando om naast de geleider te gaan zitten.

Toelichting.
– Het is toegestaan dat de hond het apporteerblok eenmaal overpakt om een betere grip te krijgen. Hiervoor mogen geen punten worden afgetrokken.

Puntenaftrek kan volgen, indien
– de hond het blok 1x laat vallen en op eigen initiatief weer oppakt; 3 pt
– een extra commando moet worden gegeven om het gevallen blok weer 4 pt op te laten pakken;
– de hond het blok laat vallen naast de geleider, de geleider het oppakt zonder zich te verplaatsen en de hond een correcte positie heeft ingenomen; 5 pt
– het voorwerp valt, door onhandig aanpakken van de geleider, 3 pt nadat het commando “los” is gegeven;
– de hond gering op het apporteerblok kauwt of bijt; 2 – 3 pt
– de hond uitgebreid op het apporteerblok kauwt of bijt; 5 pt

Er worden geen punten toegekend, indien
– zeer zwaar kauwen of bijten.

 

Oefening 8. Appèl op afstand. Coëfficiënt 3.
Zit/Af, 4 positiewisselingen
Commando’s: “Af”, “Blijf”, “Zit”, “Af” en/of hand-/armsignalen
De hond wordt op aanwijzing van de steward af gecommandeerd op de daartoe aangewezen plaats. De geleider verwijdert zich op aanwijzing van de steward ca. 5 meter van de hond in de aangegeven richting. De hond moet 4 keer (zit/af) van positie veranderen en blijven op zijn oorspronkelijke plaats. De steward toont de geleider gedurende 3 seconden een bord met “tekst of symbool”, in welke volgorde de hond van positie moet wisselen. De steward mag, tijdens het tonen van de aanwijzingen,
de hond niet zien en blijft minimaal op een afstand van 4±1 meter van de hond. De laatste positie is “af”. Door middel van (KORTE) hand-/armsignalen en/of stem (gelijktijdig) instrueert de geleider de hond welke positie hij moet innemen. De hond wordt voor een denkbeeldige lijn neergelegd.

Toelichting.
Met nadruk moet bij de beoordeling worden gelet op de afstand die de hond beweegt, de snelheid waarmee de hond van positie wisselt, de uitvoering van de positie en hoe goed de positie behouden wordt. Om een puntenwaardering te krijgen mag de hond zich in totaal niet meer dan één lichaamslengte van het beginpunt (in alle richtingen) verplaatsen. Alle verplaatsingen worden bij elkaar opgeteld.

Puntenaftrek kan volgen, indien
– de hond zich tot en met 1x zijn lichaamslengte verplaatst; 5 pt
– de hond één positie mist of een derde commando nodig heeft om de positie in te nemen; 3 pt
– de hond gaat zitten voordat de geleider is teruggekeerd; 2 pt
– het eerste extra commando wordt gegeven; 2 pt
– tweede en volgende extra commando’s; 1 pt
– er sprake is van overmatig stemgebruik;
– er overdreven of voortdurende hand-/armsignalen worden gebruikt.

Er worden geen punten toegekend, indien
– de hond zich meer dan 1 lichaamslengte verplaatst, ongeacht de richting waarin dit plaatsvindt;
– de hond twee posities mist;

 

Oefening 9. Sprong over de horde. Coëfficiënt 3.
Commando’s: “Blijf”, “Hoog”, “Voet”
Geleider en hond stellen zich op 3±1 meter voor de hoogtesprong op. Op aanwijzing van de steward stelt de geleider zich op aan de andere zijde van de hoogtesprong op een afstand van ca. 3 meter. Op aanwijzing van de steward geeft hij de hond het bevel om over de hoogtesprong te springen. De hond dient over de hoogtesprong te springen om bij de geleider terug te keren en naast deze te gaan zitten.
De oefening begint op het moment dat de geleider de hond verlaat en eindigt nadat de hond de startpositie weer heeft ingenomen en de steward “einde oefening” heeft afgekondigd. Met nadruk moet bij de beoordeling worden gelet op de “will to please”, de snelheid en het nemen van de kortste weg naar de geleider.

Toelichting.
– De hoogtesprong mag maximaal 1 meter breed zijn (zonder zijhekken) en dient solide en veilig te zijn gebouwd.
– De hoogte moet ongeveer gelijk zijn aan de schofthoogte van de hond, afgerond op de dichtstbijzijnde 10 cm, met een maximum van 50 cm.

Puntenaftrek kan volgen, indien
– de hond de horde aantipt; 2 pt
– extra commando’s worden gegeven.

Er worden geen punten toegekend, indien
– de hond zich afzet op de horde;
– de hond de hoogtesprong omver werpt;
– de hond weigert om te springen.

 

Oefening 10. Algemene indruk. Coëfficiënt 2.
Essentieel bij de beoordeling van de algemene indruk zijn de “will to please” en de mate waarin de hond de gegeven commando’s opvolgt. Accuratesse en correctheid van werken zijn belangrijk, evenals de natuurlijke beweging van geleider en hond. Om een hoog aantal punten te behalen moeten geleider en hond werken als een team, wederzijds plezier uitstralen om samen te werken en sportief gedrag vertonen.
De activiteiten gedurende en tussen de oefeningen beïnvloeden de score van de algemene indruk.

Puntenaftrek kan volgen, indien
– de hond uitbreekt en de geleider verlaat, maar wel in de ring blijft,
gedurende of tussen de oefeningen (ook al is dit slechts één keer) 5 pt

Er worden geen punten toegekend, indien
– de hond de ring verlaat;
– de hond de ring bevuilt.

Waarin dit reglement niet voorziet beslist de keurmeester.

Cynophilia 2012

Delen via:
Share this page via Facebook Share this page via Twitter

Comments are closed.

Terug naar FCI Obedience