Programma G&G 2

Terug naar FCI Obedience

Het programma G&G 2 bestaat uit de volgende onderdelen:

Puntentelling. 0 – 5 – 5.5 – 6 – 6.5 – 7 – 7.5 – 8 – 8.5 – 9 – 9.5 – 10.

Oefening Coëfficiënt Punten
1 1 minuut zitten in zicht 2 20
2 Los volgen 3 30
3 Sta en Zit (tijdens het volgen) 3 30
4 Komen met staan 4 40
5 Vak zenden, af en aansluiten 4 40
6 Richtingapport 3 30
7 Sorteren 4 40
8 Appèl op afstand 4 40
9 Apport over de hoogtesprong 3 30
10 Algemene indruk 2 20
32 320
256 – 320 punten Kwalificatie Uitmuntend, door naar G&G   3
224 – 255,99 punten Kwalificatie Zeer Goed
192 – 223,99 punten Kwalificatie Goed
< 192 punten Geen kwalificatie

Met uitzondering van oefening 1 worden de oefeningen individueel uitgevoerd. De honden dienen voor aanvang van de wedstrijd te worden afgelijnd. De lijn blijft achter bij de ingang van de ring.

Oefening 1. 1 minuut zitten in zicht. Coëfficiënt 2.
Commando’s: “Zit”, “Blijf”
De combinaties staan naast elkaar in een rechte lijn met een tussenruimte ca. 3 meter opgesteld, de honden zittend naast de geleider. Op aanwijzing van de steward verlaten de geleiders hun hond in voorwaartse richting en stellen zich op een afstand van 20 meter met het gezicht naar de hond toe op. De geleiders staan gedurende 1 minuut in een neutrale houding, in zicht. Na 1 minuut en op aanwijzing van de steward, keren de geleiders terug en stellen zich naast de hond op. De hond mag zich niet verplaatsen, hetgeen hem met een commando mag worden opgedragen vlak voordat de geleider zich van hem verwijdert. De geleider doet dit op aanwijzing van de steward zonder achterlating van enig voorwerp bij de hond (deze mag de halsband omhouden) in voorwaartse beweging en in de, hem door de keurmeester, aangegeven richting. De groep bestaat uit minimaal 3 honden en maximaal 6. Indien de groepsindeling dit vereist mogen maximaal 2 groepen van 7 deelnemers worden gevormd.

Het is toegestaan dat de hond zijn kop draait om rond te kijken en de hond mag interesse tonen als er afleiding of geluiden in of buiten de ring zijn. Deze bewegingen mogen geen blijk geven van onrust of angst. Indien een hond opstaat en naar een andere hond toegaat, zodanig dat er kans is op een confrontatie, wordt de oefening afgebroken. Vervolgens wordt de oefening opnieuw uitgevoerd. De storende hond wordt dan voor deze oefening uitgesloten. Indien een hond al punten scoorde voor de storing, zal deze score blijven staan. Dit geldt ook voor reeds toegekende aftrekpunten.

Puntenaftrek kan volgen, indien
– de hond gaat staan of liggen na 1 minuut; 5 pt
– de hond 1 of 2 keer blaft of piept; 1 – 2 pt
– de hond onrustig is of beweegt op de plaats;
– extra commando’s worden gegeven voor / tijdens het verlaten van de hond.

Er worden geen punten toegekend, indien
– de hond zijn positie wijzigt (bijvoorbeeld gaat liggen of staan) of zich van zijn plaats begeeft;
– de hond een groot gedeelte van de oefening blaft;
– de hond meer dan 1x zijn lichaamslengte kruipt of loopt.

 

Oefening 2. Los volgen. Coëfficiënt 3.
Commando’s: “Volg”
Het volgwerk wordt beoordeeld in verschillende tempi met wendingen rechts, links, keertwendingen en halthouden. Op aanwijzing moet de geleider met de hond de zogenaamde “pasjes” uitvoeren. Hierbij kunnen de volgende aanwijzingen worden gegeven; 2 of 3 passen achterwaarts en 2 of 3 passen voorwaarts. De losvolgende hond dient de geleider opgewekt te volgen aan zijn linkerzijde, met de schouder ter hoogte van de knie van de geleider en volgend in een parallelle lijn. De geleider moet zijn armen en voeten op natuurlijke wijze bewegen gedurende de gehele oefening.
Bij keertwendingen moet de geleider op hetzelfde spoor teruglopen. De geleider kan kiezen om de keertwendingen linksom of rechtsom uit te voeren. De “Duitse draai” is eveneens toegestaan. Hierbij is toegestaan dat de hond rond de geleider draait aan de rechterzijde. De hond dient de geleider zo dicht mogelijk te passeren. Wendingen naar links of rechts dienen in rechte hoeken van 90° te worden uitgevoerd. Tijdens het volgprogramma is het draaien van het hoofd, schouders of andere lichaamstaal niet toegestaan.
Het volg commando mag bij iedere start, tempowisseling en tijdens de “pasjes” worden gegeven. Wanneer de geleider stopt, moet de hond direct de startpositie innemen zonder commando. Gedurende een wedstrijd lopen alle honden hetzelfde parcours.

Puntenaftrek kan volgen, indien
– de hond traag volgt; 3-4 pt
– de hond niet parallel volgt; 2 pt
– de hond achter en/of wijd volgt;
– de hond leunt en de geleider raakt;
– de hond de geleider hindert;
– er onvoldoende contact is tussen geleider en hond;
– er extra commando’s worden gegeven;
– de armen onvoldoende worden bewogen;
– de hond scheef naast de geleider gaat zitten.

Er worden geen punten toegekend, indien
– de hond die de geleider verlaat of de geleider volgt op een afstand van meer dan een halve meter gedurende het grootste deel van de oefening.

 

Oefening 3. Sta en Zit tijdens het volgen. Coëfficiënt 3.
Commando’s: “Sta”, “Zit”, “Volg (3x)”
Geleider en hond starten in normale pas in een rechte lijn vooruit. Na ca. 10 meter krijgt de geleider de aanwijzing om de hond, zonder tempowijziging, te laten staan. De hond dient direct te blijven staan. De geleider loopt ca. 10 meter door en keert op aanwijzing van de steward, loopt terug, passeert zijn hond op ca 0,5 meter tot ca 1-2 meter achter de hond, keert wederom op aanwijzing van de steward en neemt zijn hond mee zonder te stoppen. Na 5 meter gaat hij op aanwijzing van de steward, links of rechts en loopt ca. 10 meter door, krijgt de aanwijzing om de hond te laten zitten en voert de oefening verder uit als bij het staan. Na het aansluiten uit de zitpositie, volgen geleider en hond ca. 5 meter. Geleider en hond houden halt op aanwijzing van de steward, waarbij de hond de startpositie inneemt.
De hoeken links of rechts dienen 90° te zijn en niet afgerond. Alle fasen van de oefening geschieden op aanwijzing van de ringsteward.

Toelichting:
– Bij uitvoering van de oefening wordt het volgen mee beoordeeld. Traag en slecht volgen wordt als fout beoordeeld.

Puntenaftrek kan volgen, indien
– de hond de verlangde positie niet uitvoert (geheel niet stopt) 4 pt
– de hond tot en met 1x de lichaamslengte nodig heeft om de positie in te 3 pt nemen;
– de hond zijn positie wijzigt (bijvoorbeeld gaat liggen); 3 pt
– de hond een foute positie uitvoert; 3 pt
– traag en of slecht volgt; 1 – 2 pt
– de geleider het tempo vermindert bij het geven van het commando; 1 – 4 pt
– de geleider zich naar de hond draait bij het geven van het commando;1 – 4 pt
– de hond traag of scheef gaat zitten of blijft staan; 1 – 4 pt
– de geleider tevens de hand of andere lichaamstaal gebruikt; 3 – 5 pt

Er worden geen punten toegekend, indien
– de hond de verlangde posities niet inneemt;
– de geleider stilstaat bij het geven van het commando;
– een tweede commando wordt gegeven bij een positie;
– de hond meer dan 1x de lichaamslengte nodig heeft om de posities in te nemen.

 

Oefening 4. Komen met staan. Coëfficiënt 4.
Commando’s: “Af”, “Blijf” “Hier (2x)”, “Sta”
De hond wordt af gecommandeerd op de daartoe aangewezen plaats. De geleider verwijdert zich ca. 25 – 30 meter van de hond in de aangegeven richting. Op aanwijzing dient de geleider de hond te roepen. Op ca. 1/2 van de afstand geeft de geleider de hond het bevel om te blijven staan. De geleider geeft het stopcommando zelfstandig ter hoogte van de markering. Naar keuze kan een verbaal commando of hand-/armsignaal worden gebruikt. De hond zijn naam mag gecombineerd worden bij de eerste keer roepen. Naam en commando mogen tezamen worden gebruikt, het mag niet de indruk geven van twee aparte commando’s. Na ca. 3 seconden krijgt de geleider de aanwijzing om de hond te roepen.

Toelichting:
Het is belangrijk dat de hond vlot reageert op de “hier” commando’s. De hond moet bewegen met een goede snelheid en zijn tempo vasthouden, op zijn minst een snelle draf, het ras in aanmerking genomen. De hond dient de commando’s direct op te volgen. In de beoordeling moet de snelheid van de hond worden meegenomen. Enige tolerantie is bij snelle honden op z´n plaats, echter niet voor trage honden. Om volle punten te behalen (voor de stop) mag de hond niet meer dan één lichaamslengte doorlopen vanaf het moment van het commando. Om punten te krijgen (voor de stop) dient de hond binnen drie lichaamslengten de stop uit te voeren. Een derde “hier” commando bij een enkele positie resulteert in een onvoldoende uitgevoerde oefening. Per positie is één extra commando toegestaan.

Puntenaftrek kan volgen, indien
– de hond tot 3 lichaamslengten nodig heeft om te gaan staan;
– 2 extra “hier” commando’s zijn gegeven; 4 pt
– een verbaal commando én hand-/armsignaal worden gebruikt; 2 pt
– de hond een verkeerde positie inneemt; 3 pt
– de hond de eerste positie “Af” wijzigt; 2 pt
– de hond scheef voor of naast de geleider gaat zitten;
– de hond traag komt;
– de hond tegen de geleider botst;

Er worden geen punten toegekend, indien
– de hond meer dan 3x de lichaamslengte nodig heeft om de positie in te nemen;
– een derde extra “hier” commando wordt gegeven;
– de hond meer dan 1 lichaamslengte verplaatst van de eerste positie;
– de hond in het geheel niet stopt.

 

Oefening 5. Vak zenden, af en aansluiten. Coëfficiënt 3.
Commando’s: “Vak”, (“Sta”) “Af , “Hier”
De geleider krijgt de aanwijzing om de hond, in een rechte lijn, naar een vak van 3 x 3 meter te sturen, op ca. 25 meter afstand van het startpunt tot midden vak. Het vak moet 4±1 meter van de buitenzijde van de ring worden geplaatst. De hoeken van het vak wordt gemarkeerd door pylonen. Zichtbare lijnen (door lint 2-3 cm breed, tape of kalklijnen) verbinden de pylonen aan de buitenzijde. De kleur van pylonen en lint zijn vrij, maar dienen contrasterend te zijn t.o.v. de ondergrond. Op aanwijzing van de steward stuurt de geleider de hond naar het vak, als de hond in het vak is aangekomen, mag de geleider de hond het commando “sta” geven. Dit wordt niet als extra commando aangemerkt. Aansluitend moet de geleider uit eigen beweging de hond laten liggen. De hond dient het commando direct op te volgen, bij voorkeur met het front naar de geleider gewend. Op aanwijzing van de steward begeeft de geleider zich naar de rechter pilon van het vak. Ca. 2 meter voor het vak krijgt de geleider de opdracht om naar links te gaan en na ca. 3 meter de aanwijzing om naar links te gaan richting startpunt. Na ca. 10 meter krijgt de geleider de aanwijzing om de hond te roepen, terwijl hij doorloopt richting startpunt. Aangekomen bij het startpunt krijgt hij de aanwijzing om halt te houden.

Toelichting:
De “will to please”, het tempo en de kortste weg worden mee beoordeeld. Om 10 punten te behalen zijn niet meer dan 4 commando’s toegestaan. Het vierde commando is het eventuele “Sta” commando in het vak. De hond dient alle gegeven commando’s op te volgen, dus ook een eventueel “Sta” commando in het vak. Naar keuze kan de hond direct “af” gecommandeerd worden in het vak. Er zijn dan slechts 3 commando’s toegestaan. Om punten te behalen dient de hond geheel in het vak te liggen, de staart niet meegerekend. Indien de hond buiten het vak gaat zitten of liggen, mag hij niet meer worden doorgestuurd. Handsignalen zijn slechts toegestaan indien de hond op afstand moet worden gedirigeerd.

Puntenaftrek kan volgen, indien
– de hond zijn positie wijzigt nadat de geleider de 2e wending heeft 5 pt gemaakt, maar wel in het vak blijft;
– de hond anticipeert (stopt of gaat liggen zonder commando);
– de hond traag werkt; 4 pt
– de hond kruipt in het vak; 3 pt
– lichaamstaal wordt gegeven; 2 pt
– een extra commando “hier”, “sta” of “af” wordt gegeven, per stuk 2 pt
– de hond gaat zitten voor het commando; 2 pt
– een handsignaal wordt gegeven bij het sturen; 2 pt
– extra commando’s worden gegeven, afhankelijk van de sterkte en de 1 – 2 pt dirigeerbaarheid van de hond.

Er worden geen punten toegekend, indien
– de geleider zich verplaatst (stapt in welke richting dan ook);
– de hond het vak verlaat voor het einde van de oefening;
– de hond zijn positie wijzigt voordat de geleider de 2e wending heeft gemaakt;
– een derde commando wordt gegeven voor het “hier”, “sta” of “af”;
– de hond voor of tijdens de oefening wordt “gericht” naar het vak;
– de hond, na het commando “af” buiten de belijning van het vak ligt, de staart niet meegerekend.

 

Oefening 6. Richtingapport. Coëfficiënt 3.
Commando’s: “Volg”, “Sta”, “Recht/Links-apport”(en/of hand-/armsignaal) en “Los”, (“Voet”)
Geleider en hond staan op het startpunt met het gezicht richting een markering op een afstand van ca. 5 meter. De steward legt 2 apporteerblokken uit in een rij met een onderlinge afstand van ca. 10 meter, het gelote apporteerblok wordt als eerste uitgelegd. De apporteerblokken moeten goed zichtbaar zijn. De markering is geplaatst op een afstand van ca. 10 meter van de denkbeeldige lijn waar de apporteerblokken worden uitgelegd. Het startpunt ligt dus op ca. 15 meter. Op aanwijzing van de steward lopen geleider met hond in de richting van de markering. Kort na de markering krijgt de geleider de aanwijzing om een keertwending te maken en zijn hond te laten staan binnen een straal van 1 meter van de markering. (Dit is dus een sta tijdens volgen). De hond staat dus in de richting van het starpunt. De geleider mag niet blijven staan of snelheid verminderen op het moment van het commando. De geleider loopt terug naar het startpunt. Na ca. 3 s. krijgt de geleider deaanwijzing om zijn hond naar het juiste apporteerblok te sturen en het blok te laten apporteren. De hond moet het blok op een correcte wijze afgeven.
Drie soorten apporteerblokken moeten beschikbaar zijn (max 450 gram), geschikt voor verschillende rassen. De grootte van het apporteerblok moet in verhouding zijn met de grootte van de hond. Maar de geleider is vrij om de grootte te kiezen. De “will to please”, het tempo en de kortste weg worden mee beoordeeld.

Puntenaftrek kan volgen, indien
– de hond bij de markering gaat zitten of liggen; 2 pt
– de hond op het apporteerblok kauwt of bijt; 2 – 3 pt
– de hond overmatig op het apporteerblok kauwt of bijt; 5 pt
– de hond het apporteerblok 1x laat vallen, doch zelfstandig weer opneemt; 3 pt
– de hond naar het verkeerde blok loopt, doorgestuurd wordt naar het correcte blok en dit apporteerd; 4 pt
– de hond het apporteerblok 1x laat vallen en een extra commando 5 pt moet worden gegeven;
– de hond het apporteerblok laat vallen naast/voor de geleider en deze 5 pt het apporteerblok kan oppakken zonder zich te verplaatsen;
– de geleider het apporteerblok aanneemt of afpakt van de hond, voordat hiervoor een teken is gegeven;
– de hond scheef voor of naast de geleider gaat zitten;
– de hond traag werkt;
– de hond tegen de geleider botst;
– het apporteerblok valt, door onhandig aanpakken van de geleider, 3 pt nadat het commando “los” is gegeven;
– extra commando’s worden gegeven; 1 – 2 pt/commando (De aftrek voor een extra richtings-commando hangt af van de “druk” en de bereidheid van de hond om het commando op te volgen).

Er worden geen punten toegekend, indien
– de hond de richting wordt getoond (richten) bij het startpunt of de hond wordt aangeraakt.
– de hond extreem op het apporteerblok kauwt of bijt;
– de hond het verkeerde apporteerblok opneemt;
– de hond meer dan 1 lichaamslengte verplaatst bij de markering, voordat de hond naar het blok wordt gestuurd.

 

Oefening 7. Sorteren. Coëfficiënt 4.
Commando’s: “Zoek-(apport)” en “Los”, (“Voet”)
Op het startpunt van de oefening wordt een houten voorwerp (10 cm x 2 cm x 2 cm) aan de geleider uitgereikt, dat de geleider markeert of dat van te voren is gemarkeerd. De oefening begint zodra de geleider het voorwerp heeft afgegeven. De geleider houdt het gemarkeerde voorwerp ca. 10 seconden in zijn hand. De hond mag in dit stadium het voorwerp niet aanraken of eraan ruiken. De geleider krijgt de aanwijzing om het voorwerp af te geven en zich om te draaien. Een “volg” of “blijf” commando is toegestaan. De geleider bepaalt of hij de hond al dan niet laat kijken waar de voorwerpen worden uitgelegd. Het voorwerp van de geleider wordt, zonder dit aan te raken, samen met vijf gelijkvormige voorwerpen op de grond/vloer uitgelegd op ca. 10 meter afstand van de combinatie, ook de vijf overige voorwerpen worden bij het plaatsen niet aangeraakt. De voorwerpen worden uitgelegd in een cirkel of in een rechte lijn met een onderlinge afstand van ca. 25 cm. De geleider krijgt de opdracht om zich om te draaien en de hond het commando te geven om het gemarkeerde voorwerp te zoeken en te apporteren. De hond moet het voorwerp van de geleider vinden, apporteren en afgeven aan de geleider volgens de algemene aanwijzingen.
De voorwerpen moet uitgelegd worden volgens hetzelfde patroon voor alle deelnemers, maar de positie van het voorwerp van de geleider mag variëren (2, 3, 4, 5). In het geval van een rechte lijn mag het voorwerp van de geleider niet liggen in de buitenste positie (1 of 6). De hond krijgt ca. 30 seconden om te zoeken indien hij actief en gedreven aan het zoeken is. Voor iedere deelnemer zijn 6 nieuwe voorwerpen beschikbaar.

Toelichting:
Met nadruk moet bij de beoordeling worden gelet op de “will to please” en de snelheid. Het is toegestaan dat de hond het voorwerp eenmaal overpakt om een betere grip te krijgen. Hiervoor mogen geen punten worden afgetrokken.

Puntenaftrek kan volgen, indien
– de hond 1x een verkeerd voorwerp oppakt en vervolgens de juiste brengt; 3 pt
– de hond gering op het voorwerp kauwt of bijt; 2 – 3 pt
– de hond uitgebreid op het voorwerp kauwt of bijt; 5 pt
– de hond het voorwerp 1x laat vallen, doch zelfstandig weer opneemt; 3 pt
– de hond het voorwerp 1x laat vallen en een extra commando 5 pt moet worden gegeven;
– de hond het voorwerp laat vallen naast/voor de geleider en die 5 pt het voorwerp kan oppakken zonder zich te verplaatsen;
– de geleider het voorwerp aanneemt of afpakt van de hond, voordat hiervoor een teken is gegeven;
– de hond scheef voor of naast de geleider gaat zitten;
– de hond tegen de geleider botst;
– het voorwerp valt, door onhandig aanpakken van de geleider, 3 pt nadat het commando “los” is gegeven;
– de hond traag werkt.

Er worden geen punten toegekend, indien
– de hond 2x een verkeerd voorwerp oppakt;
– de hond extreem op het voorwerp kauwt of bijt;
– er commando´s worden gegeven als de hond bij de voorwerpen is;
– de geleider het voorwerp door de hond laat aanraken of hieraan laat ruiken voordat het wordt afgegeven;

 

Oefening 8. Appèl op afstand. Coëfficiënt 4.
Commando’s: “Af”, “blijf”, “zit”, “sta”, “af” en/of hand-/armsignalen
De hond wordt af gecommandeerd op een daartoe aangewezen plaats. Op aanwijzing verlaat de geleider zijn hond en stelt zich ca. 10 meter voor de hond op. De hond moet zes keer (sta/zit/af) van positie veranderen zonder zich te verplaatsen. De volgorde van de aan te nemen posities is voor alle deelnemers gelijk.
Mogelijke varianten zijn: ZIT – STA – AF -ZIT – STA – AF of STA – ZIT – AF – STA – ZIT – AF. Elke positie moet twee keer worden uitgevoerd, de laatste positie is “af”. De steward toont de geleider gedurende 3 seconden een bord met “tekst of symbool”, in welke volgorde de hond van positie moet wisselen. De steward mag, tijdens het tonen van de aanwijzingen, de hond niet zien en blijft minimaal op een afstand van 4±1 meter van de hond.
Door middel van (KORTE) hand-/armsignalen en/of stem (gelijktijdig) instrueert de geleider de hond welke positie hij moet innemen. De hond wordt voor of achter een denkbeeldige lijn neergelegd.

Toelichting:
Met nadruk moet bij de beoordeling worden gelet op hoeveel de hond beweegt, de snelheid waarmee de hond van positie wisselt, de uitvoering van de positie en hoe goed de positie gehouden wordt. Om een puntenwaardering te krijgen mag de hond zich in totaal niet meer dan één lichaamslengte van het startpunt (in alle richtingen)  verplaatsen en moet de hond minimaal 5x van positie wisselen. Voor- en achterwaartse verplaatsingen worden bij elkaar opgeteld.
Het is mogelijk een puntenwaardering te krijgen ook al zijn 3-4 extra commando’s gebruikt. Indien het tweede commando direct wordt opgevolgd, leidt tot een correcte positie en de oefening verder uitmuntend uitgevoerd wordt.

Puntenaftrek kan volgen, indien
– de hond zich tot en met 1x zijn lichaamslengte verplaatst; 5 pt
– de hond twee posities mist; 5 pt
– de hond één positie mist of een derde commando nodig heeft om de positie in te nemen; 3 pt
– de hond gaat zitten voordat de geleider is teruggekeerd; 2 pt
– extra commando’s worden gegeven; 1 pt
– er sprake is van overmatig stemgebruik;
– er overdreven of voortdurende hand-/armsignalen worden gebruikt.

Er worden geen punten toegekend, indien
– de hond zich meer dan één lichaamslengte verplaatst, ongeacht de richting waarin dit plaatsvindt;
– de hond meer dan twee posities mist.

 

Oefening 9. Sprong over de horde en apporteren Coëfficiënt 3.
Van een metalen of houten voorwerp.
Commando’s: “Hoog-(apport)” en “Los”, “Voet”
Geleider en hond stellen zich ca. 3±1 meter voor de hoogtesprong op. De geleider werpt het apport over de hoogtesprong. Op aanwijzing geeft hij de hond het bevel om het apport over de hoogtesprong te apporteren en terug te springen. Er dienen drie verschillende (afmeting en gewicht) metalen en houten blokken beschikbaar te zijn. De grootte dient in relatie te zijn met van het formaat van de hond.
Het maximale gewicht van het grootste metalen blok is ca. 200 gram, voor het houten blok ongeveer 450 gram. De geleider mag een keuze maken welk apporteerblok hij wil gebruiken, onafhankelijk van de grootte van de hond. De hoogtesprong dient 1 meter breed te zijn en solide gebouwd. De hoogte moet ongeveer gelijk zijn aan de schofthoogte van de hond, afgerond op de dichtstbijzijnde 10 cm, met een maximum van 70 cm.

Toelichting:
Het commando “apport” moet worden gegeven voordat de hond vertrekt. Het is toegestaan dat de hond het apporteerblok eenmaal overpakt om een betere grip te krijgen. Hiervoor mogen geen punten worden afgetrokken.
De oefening begint in de startpositie en eindigt in de startpositie, nadat het apport is afgegeven en de steward “einde oefening” heeft afgekondigd. Indien de hond kort moet zoeken naar het apport, mogen hiervoor geen punten worden afgetrokken, mits de hond actief met de oefening bezig is.

Puntenaftrek kan volgen, indien
– de hond de hoogtesprong aanraakt, ook licht aanraken; 2 pt
– de hond anticipeert (handelt uit zichzelf); 2 – 4 pt
– de hond het apporteerblok 1x laat vallen, doch zelfstandig weer opneemt; 3 pt
– de hond het apporteerblok 1x laat vallen en een extra commando 5 pt moet worden gegeven;
– de hond het apporteerblok laat vallen naast/voor de geleider en deze 5 pt het apporteerblok kan oppakken zonder zich te verplaatsen;
– de hond gering op het apporteerblok kauwt of bijt; 2 – 3 pt
– de hond uitgebreid op het apporteerblok kauwt of bijt; 5 pt
– de geleider het apporteerblok aanneemt of afpakt van de hond, voordat de steward hiervoor een teken heeft gegeven;
– de hond scheef voor of naast de geleider gaat zitten;
– de hond tegen de geleider botst;
– het apporteerblok valt, door onhandig aanpakken van de geleider, 3 pt nadat het commando “los” is gegeven;
– extra commando’s worden gegeven.

Er worden geen punten toegekend, indien
– de hond zich afzet op de horde;
– de hond de hoogtesprong omver werpt;
– de hond weigert om te springen.
– de hond vertrekt op het moment dat het apport wordt geworpen;
– de hond heen en/of terug langs de hoogtesprong loopt;
– de hond extreem op het apporteerblok kauwt of bijt;

 

Oefening 10. Algemene indruk. Coëfficiënt 2.
Essentieel bij de beoordeling van de algemene indruk zijn de “will to please” en de mate waarin de hond de gegeven commando’s opvolgt. Accuratesse en correctheid van werken zijn belangrijk, evenals de natuurlijke beweging van geleider en hond. Om een hoog aantal punten te behalen moeten geleider en hond werken als een team, wederzijds plezier uitstralen om samen te werken en sportief gedrag vertonen. De activiteiten gedurende en tussen de oefeningen beïnvloeden de score van de algemene indruk.

Er worden geen punten toegekend, indien
– de hond uitbreekt en de geleider verlaat gedurende of tussen de oefeningen (ook al is dit slechts één keer), maar in de ring blijft;
– de hond de ring bevuilt, bovendien volgt diskwalificatie;
– de hond de ring verlaat, bovendien volgt diskwalificatie.

Waarin dit reglement niet voorziet beslist de keurmeester.

Cynophilia 2012

Delen via:
Share this page via Facebook Share this page via Twitter

Comments are closed.

Terug naar FCI Obedience