Programma G&G 3

Terug naar FCI Obedience

Het programma G&G 3 bestaat uit de volgende onderdelen:

Oefening Coëfficiënt Punten
1 2 minuten zitten 3 30
2 4 minuten liggen 2 20
3 Los volgen 3 30
4 Staan/zitten/liggen (tijdens het volgen) 3 30
5 Komen met staan en liggen 4 40
6 Naar pion en naar vak zenden 4 40
7 Apport met richting 3 30
8 Apport over horde (metalen voorwerp) 3 30
9 Sorteerproef 3 30
10 Appèl op afstand 4 40
32 320
256 – 320 punten Kwalificatie Uitmuntend, geslaagd
224 – <256 punten Kwalificatie Zeer Goed, geslaagd
192 – <224 punten Kwalificatie Goed, afgewezen
< 192 punten Geen kwalificatie, afgewezen

Oefening 1 – Zitten in de groep gedurende 2 minuten. Coëfficiënt 3.
Commando’s: “zit”, “blijf”
Uitvoering: De combinaties staan naast elkaar in een rechte lijn opgesteld met een tussenruimte van ca. 3 meter, de honden zittend naast de geleiders. De geleiders verlaten hun hond, op aanwijzing, gedurende 2 minuten naar een plaats buiten het gezichtsveld van de hond. Wanneer de 2 min. verstreken zijn, lopen de geleiders op aanwijzing terug en stellen zich op in de ring. De geleiders lopen op aanwijzing terug en stellen zich naast de hond op. De groep bestaat uit minimaal 3 honden en maximaal 6. Indien de groepsindeling dit vereist mogen maximaal 2 groepen van maximaal 7 deelnemers worden gevormd. Het is toegestaan dat de hond zijn kop draait om rond te kijken en de hond mag interesse tonen als er afleiding of geluiden in of buiten de ring zijn. Deze bewegingen mogen geen blijk geven van onrust of angst. Indien een hond opstaat en naar een andere hond toegaat, zodanig dat er kans is op een confrontatie, wordt de oefening afgebroken. Vervolgens wordt de oefening opnieuw uitgevoerd met uitzondering van de hond welke de storing heeft veroorzaakt. Het is aan te bevelen dat de ring een gesloten geheel is (geen buitenstaanders behalve medewerkers toegestaan) gedurende de oefening. Tijdens een EK of WK competitie is dit een verplichting. (Dit geldt ook voor oefening 2).

Puntenaftrek kan volgen, indien
– de hond onrustig is, blaft of piept 1-2 keer; 1-2 pt
– de hond onrustig is, bijv. verplaatsen van z´n gewicht op linker of rechter voorpoot;
– de hond gaat staan of liggen op het moment dat de geleider 5 pt terugkomt in de ring;
– bewegen van de hond.

Er worden geen punten toegekend, indien
– de hond zijn positie wijzigt (bijvoorbeeld gaat liggen of staan);
– de hond meer dan éénmaal zijn lichaamslengte kruipt of loopt;
– de hond constant blaft, jankt of piept.

 

Oefening 2. Liggen in de groep gedurende 4 minuten Coëfficiënt 2.
met afleiding. Commando’s: “af”, “blijf”, “zit”
Uitvoering: De combinaties staan naast elkaar in een rechte lijn opgesteld met een tussenruimte van ca. 3 meter, de honden zittend naast de geleiders. Op aanwijzing geven de geleiders om beurten de hond het commando te gaan liggen van links naar rechts en om te gaan zitten van rechts naar links zodat de eerste die gaat liggen de laatste is om te gaan zitten en omgekeerd. De geleiders verlaten hun hond, op aanwijzing, gedurende 4 minuten naar een plaats buiten het gezichtsveld van de hond. Tijdens de oefening vindt afleiding plaats, bijvoorbeeld een persoon welke slalommend tussen de honden doorloopt. Wanneer de 4 minuten verstreken zijn worden de geleiders geïnstrueerd om gezamenlijk terug te keren in de ring. Op aanwijzing passeren zij hun hond en stellen zich ca. 3 meter achter hun hond op. De geleiders krijgen de aanwijzing om zich naast hun hond op te stellen en op aanwijzing hun hond één voor één te laten zitten. De groep bestaat uit minimaal 3 honden en maximaal 6. Indien de groepsindeling dit vereist mogen maximaal 2 groepen van maximaal 7 deelnemers worden gevormd. Het is toegestaan dat de hond zijn kop draait om rond te kijken en de hond mag interesse tonen als er afleiding of geluiden in of buiten de ring zijn. Deze bewegingen mogen geen blijk geven van onrust of angst. Indien een hond opstaat en naar een andere hond toegaat, zodanig dat er kans is op een confrontatie, wordt de oefening afgebroken. Vervolgens wordt de oefening opnieuw uitgevoerd met uitzondering van de hond welke de storing heeft veroorzaakt.

Puntenaftrek kan volgen, indien
– de hond onrustig is, blaft of piept 1-2 keer; 1-2 pt
– de hond gaat zitten op het moment dat de geleider terugkomt in de ring; 5 pt
– de hond aan het eind van de oef. niet correct gaat zitten en weer af gaat; 5 pt
– de hond op zijn zij (flank) ligt; 3 pt
– de hond gaat liggen/zitten op het commando van een ander; 2 pt
– de hond die reageert op het commando van een ander; 2 pt
– de hond die onrustig is of beweegt op de plaats.

Er worden geen punten toegekend, indien
– de hond zijn positie wijzigt (bijvoorbeeld gaat zitten of staan);
– de hond meer dan éénmaal zijn lichaamslengte kruipt of loopt;
– de hond constant blaft, jankt of piept;
– de oefening opnieuw wordt gestart door de geleider.

 

Oefening 3. Los volgen. Coëfficiënt 3.
Commando: “Volg”
Uitvoering: De oefening wordt beoordeeld in verschillende snelheden gecombineerd met verschillende richtingen, hoeken en keertwendingen. De losvolgende hond dient de geleider opgewekt te volgen aan zijn linkerzijde, met de schouder ter hoogte van de knie van de geleider en volgend in een parallelle lijn. De geleider moet zijn armen en voeten op natuurlijke wijze bewegen gedurende de gehele oefening. De beoordeling geschiedt tijdens verschillende tempi en tijdens hoeken (90°), keertwendingen (180°) en halt houden. Bij keertwendingen moet de geleider op hetzelfde spoor teruglopen. De geleider kan kiezen om de keertwendingen linksom of rechtsom uit te voeren. De “Duitse draai” is eveneens toegestaan. Hierbij is toegestaan dat de hond rond de geleider draait aan de rechterzijde. De hond dient de geleider zo dicht mogelijk te passeren. Op aanwijzing moet de geleider met de hond de zogenaamde “pasjes” uitvoeren. Hierbij kunnen de volgende aanwijzingen worden gegeven; 2 of 3 passen naar links, 2 of 3 passen naar rechts, 2 of 3 passen achterwaarts en 2 of 3 passen voorwaarts. Tevens een kwart of halve draai linksom en een kwart of halve draai rechtsom. Tijdens de pasjes is het draaien van het hoofd en/of schouders dan wel andere lichaamstaal niet toegestaan. Gedurende een examen of wedstrijd lopen alle honden hetzelfde parcours. Het volg commando mag bij iedere start, tempowisseling en tijdens de “pasjes” worden gegeven. Wanneer de geleider stopt, moet de hond direct de startpositie innemen en zonder commando.

Puntenaftrek kan volgen, indien
– de hond traag volgt; 3-4 pt
– de hond niet parallel volgt; 2 pt
– de hond achter en/of wijd volgt;
– er onvoldoende contact is;
– er extra commando’s worden gegeven;
– de armen onvoldoende worden bewogen;
– de hond scheef naast de geleider gaat zitten.

Er worden geen punten toegekend, indien
– de hond die de geleider verlaat of de geleider volgt op een afstand van meer dan een
halve meter gedurende het grootste deel van de oefening.

 

Oefening 4. Staan, zitten en af tijdens het volgen. Coëfficiënt 3.
Commando´s: “Sta”, “zit”, “af” en “volg”
Uitvoering: De oefening wordt uitgevoerd volgens bijgevoegde afbeelding. Tijdens het volgen in normale pas, commandeert de geleider, op aanwijzing, de hond tot de sta-, zit- en af-positie. Er moet een linker en rechter wending in het parcours worden verwerkt. Deze keerpunten worden met markeringen (bolletje/pylon) gemarkeerd. De volgorde van de posities en het parcours mogen worden gevarieerd, maar moeten voor alle deelnemers gelijk zijn. Op aanwijzing wordt de oefening gestart, aangegeven waar de eerste positie moet worden uitgevoerd en waar de geleider een keertwending moet maken. De posities worden ongeveer in het midden (5m) van een rechte lijn van 10 meter uitgevoerd. De geleider loopt na het commando door tot de markering, waar hij het commando krijgt om een keertwending te maken, loopt terug en passeert zijn hond aan de rechterzijde op maximaal 0,5 meter. Ca. 2 meter na het passeren van de hond krijgt hij de aanwijzing om een keertwending te maken en bij de hond aangekomen geeft hij deze zelfstandig het bevel om te volgen zonder daarbij zijn tempo te wijzigen of te stoppen. Geleider en hond volgen tot de markering (5m), waar zij zonder aanwijzing links of rechts gaan. Na ca. 5 meter volgt de volgende positie. Het verloop van de oefening is gelijk aan de eerste positie. De oefening eindigt wanneer de ringmeester een halthouding heeft laten maken en ‘einde oefening’ heeft aangekondigd. De posities ‘sta’, ‘zit’ en ‘af’, dienen parallel aan de denkbeeldige lijn tussen de markeringen worden uitgevoerd. De afstand tussen de hond en de markering mag maximaal 0,5 meter bedragen. Bij de beoordeling moet het formaat van de hond in acht worden genomen. De wendingen moeten worden uitgevoerd in hoeken en niet afgerond. Geleider en hond passeren de markeringen aan de rechterzijde. Om een puntenwaardering te krijgen voor een uitgevoerde positie, mag de hond niet meer dan een lichaamslengte doorlopen en moet de positie worden ingenomen voordat de geleider het keerpunt bereikt. Om punten te krijgen moeten twee posities worden uitgevoerd. Bij de beoordeling wordt ook het volgwerk beoordeeld. Volgen in langzame pas, slecht volgwerk, wisselend tempo, afgeronde hoeken, een fout parcours, zijn fouten en geven puntenaftrek. Extra commando’s zijn niet toegestaan bij de posities. Indien de hond een verkeerde houding aanneemt en de geleider merkt dit, heeft een extra commando geen zin. De positie is een gemiste positie. Dubbele commando’s en/of lichaamstaal geven puntenaftrek.

Puntenaftrek kan volgen, indien
– de hond een foutieve positie inneemt (bijv zit i.p.v. sta); 3 pt
– de hond meer dan een lichaamslengte doorloopt; 3 pt
– een tweede commando wordt gegeven bij een positie; 3 pt
– de hond de verlangde positie niet uitvoert (helemaal niet stopt); 4 pt
– de oefening in een traag tempo wordt uitgevoerd;
– er slordig wordt gevolgd en/of de hoeken worden afgerond;
– de geleider het tempo vermindert bij het geven van het commando;
– de geleider zich naar de hond draait bij het geven van het commando;
– de geleider tevens de hand gebruikt bij het geven van het commando;
– extra commando’s worden gegeven;
– de hond traag zijn positie inneemt;
– de hond meedraait.

Er worden geen punten toegekend, indien
– de hond niet tenminste 2 posities inneemt.

 

Oefening 5. Komen met staan en af. Coëfficiënt 4.
Commando´s: “Af”, “sta”, “hier” (3 keer); (“sta” / “af“ of hand-/armsignalen).
Uitvoering: De hond wordt af gecommandeerd op de daartoe aangewezen plaats. De geleider verwijdert zich ca. 30-35 meter van de hond in de aangegeven richting. Op aanwijzing mag de geleider de hond roepen. Op ca. 1/3 van de afstand geeft de geleider de hond het bevel om te blijven staan. Op aanwijzing mag de geleider de hond opnieuw roepen. Op ca. 2/3 van de afstand geeft de geleider de hond het bevel om te gaan liggen. Na de tweede stop volgt opnieuw de aanwijzing om de hond te roepen. Er worden alleen aanwijzingen gegeven om de hond te roepen. De geleider geeft de stop commando’s zelfstandig ter hoogte van de markeringen. Verbale commando’s en hand- /armsignalen mogen worden gemengd zodat een verbaal commando gebruikt mag worden bij de ene positie en een hand-/armsignaal bij de andere, maar niet tegelijkertijd. De hond zijn naam mag gecombineerd worden bij de eerste keer roepen. Naam en commando mogen tezamen
worden gebruikt, het mag niet de indruk geven van twee aparte commando’s.

Toelichting:
Het is belangrijk dat de hond vlot reageert op de gegeven commando’s. De hond moet bewegen met een goede snelheid en zijn tempo vasthouden, op zijn minst een snelle draf, het ras in aanmerking genomen. De hond dient de commando’s direct op te volgen. In de beoordeling moet de snelheid van de hond worden meegenomen. Enige tolerantie is bij snelle honden op z´n plaats, echter niet voor trage honden. Om volle punten te behalen (voor een stop) mag de hond niet meer dan één lichaamslengte doorlopen vanaf het moment van het commando. Om punten te krijgen (voor een stop) dient de hond binnen
drie lichaamslengten de stop uit te voeren. Een derde “hier” commando bij een enkele positie resulteert in een onvoldoende uitgevoerde oefening.

Puntenaftrek kan volgen, indien
– in het totaal meer dan drie hier commando´s moeten worden gegeven; 4 pt
– de hond een positie mist (bv. stopt niet binnen de limiet); 4 pt
– de hond geen poging doet om te stoppen op één van de posities; 5 pt
– de hond één van beide posities fout inneemt; 3 pt
– de hond de eerste (=AF) positie wijzigt; 3 pt
– de hond scheef voor of naast de geleider gaat zitten;
– extra commando’s worden gegeven;
– de hond tegen de geleider botst;
– de hond traag komt.

Er worden geen punten toegekend, indien
– de hond de verlangde posities niet inneemt;
– de hond de posities in een verkeerde volgorde uitvoert;
– de hond zich meer dan één lichaamslengte verplaatst voordat het eerste commando is
gegeven;
– een derde hier commando moet worden gegeven bij de eerste keer roepen of na één van
de stops.

 

Oefening 6. Vooruit sturen met richting, Coëfficiënt 4.
af en aansluiten. Commando´s: “Vooruit”, “sta”, “rechts/links” en/of armsignaal (“sta”) “af”, “ hier”. Uitvoering: De hond wordt in een rechte lijn naar een markering (klein, liefst een half bolletje) gestuurd ca. 10 meter van het startpunt en krijgt het commando te blijven staan bij de markering. De hond moet de sta positie innemen binnen een cirkel met een radius van 2 meter rond de markering. Na ca. 3 seconden krijgt de geleider de aanwijzing om de hond, in een rechte lijn, door te sturen naar een vak van 3 x 3 meter, op ca. 25 meter afstand van het startpunt. Het vak moet ca. 3-5 meter van de buitenzijde van de ring worden geplaatst. De hoeken van het vak wordt gemarkeerd door pylonen. Zichtbare lijnen (door lint 2-3 cm breed, tape of kalklijnen) verbinden de pylonen aan de buitenzijde. De kleur van pylonen en lint zijn vrij, maar dienen contrasterend te zijn t.o.v. de ondergrond. Wanneer de hond in het vak is aangekomen, mag de geleider de hond het commando “sta” geven. Dit wordt niet als extra commando aangemerkt. Aansluitend moet de geleider uit eigener beweging de hond laten liggen. Op aanwijzing, loopt de geleider recht naar de hond toe. Op ca. 2 meter voor de hond (geleider loopt echter nimmer door het vak), krijgt de geleider het bevel linksof rechtsaf te slaan, na circa 10 meter krijgt de geleider nogmaals het bevel links- of rechtsaf te slaan in de richting van het startpunt. Na circa 10 meter krijgt hij het bevel de hond te roepen ondertussen doorlopend naar het startpunt. De hoek tussen de lijn van het startpunt naar de markering en van de markering naar het vak is 90°. (zie afbeelding)

Toelichting:
De bereidheid van de hond om de richting en commando’s op te volgen, snelheid van de hond en rechte lijnen worden in de beoordeling meegenomen. Om 10 punten te behalen, mogen niet meer dan zes commando’s worden gebruikt tijdens de oefening. Het zesde commando kan/mag het “sta” commando in het vak zijn. De hond moet de commando’s opvolgen (indien een sta commando in het vak is gegeven). Een alternatief is om alleen het af commando te gebruiken (geen sta) in het vak, dan zijn slechts vijf commando’s s toegestaan voor uitvoering van de oefening. De hond dient bij de markering met alle vier de poten binnen de cirkel te staan, voordat de geleider de aanwijzing krijgt om de hond naar het vak te sturen. Wanneer de hond gaat liggen buiten het vak zijn geen extra commando´s meer toegestaan. Om punten te behalen, moet de hond zich volledig, (uitgezonderd de staart) in het vak liggen.

Puntenaftrek kan volgen, indien
– er overdreven actie (lichaamsbeweging) is van de geleider; 2 pt
– de hond bij de markering gaat zitten of liggen; 2 pt
– de hond zich in het vak verplaatst zonder positiewisseling; 3 pt
– de hond anticipeert (handelt uit zichzelf); (Dit betekent bijvoorbeeld dat het sta
commando bij de markering en het af commando in het vak gegeven moeten worden);
– traagheid, het ras in aanmerking genomen; 4 pt
– de hond zijn positie in het vak wijzigt (zit of sta), 5 pt nadat de geleider de tweede
wending heeft gemaakt;
– extra commando’s (volg, sta of af) worden gegeven; 2 pt/commando
– de hond de markering(en) aanraakt;
– de hond scheef voor of naast de geleider gaat zitten;
– de hond traag en/of slordig aansluit;
– er extra richtingcommando´s worden gegeven, (afhankelijk van de intensiteit en de “will
to please” van de hond).

Er worden geen punten toegekend, indien
– de hond buiten de cirkel gaat zitten of liggen;
– de hond buiten het vak gaat liggen;
– de hond zijn positie in het vak wijzigt, voordat de geleider de tweede wending heeft
gemaakt;
– de hond het vak verlaat voordat hij geroepen wordt;
– er meer dan 2 extra commando’s (volg, sta of af) worden gegeven;
– de geleider zich verplaatst;
– de hond voor of tijdens de oefening wordt “gericht” naar het vak.

 

Oefening 7. Apport met richting. Coëfficiënt 3.
Commando´s: “Vooruit”, “sta”, “rechts/links” en/of armsignaal, “apport” en “los”.
Uitvoering: Drie houten apporteerblokken worden op één lijn met circa 5 meter tussenruimte uitgelegd. Het startpunt is ca. 20 meter van de middelste apporteerblok. De hond wordt in een rechte lijn naar een markering (klein, liefst een half bolletje) gestuurd ca. 10 meter van het startpunt en krijgt het commando te blijven staan bij de markering. De hond moet de sta positie innemen binnen een cirkel met een radius van 2 meter rond de markering. Na ca. 3 seconden krijgt de geleider de aanwijzing om de hond, naar het vooraf gelootte apporteerblok (links of rechts) te zenden en te laten apporteren. De hond dient het apporteerblok correct af te geven. Nadat is geloot, worden de 3 apporteerblokken uitgelegd. LET OP: Het middelste apporteerblok kan nooit worden geloot. Het gelootte apporteerblok – links of rechts – wordt als eerste neergelegd. Gedurende deze handeling staan geleider en hond op het startpunt, met het gezicht naar het middelste apporteerblok opgesteld, op een afstand van ca. 20 meter. Drie soorten apporteerblokken moeten beschikbaar zijn (max 450 gram), geschikt voor verschillende rassen. De grootte van het apporteerblok moet in verhouding zijn met de grootte van de hond. Maar de geleider is vrij om de grootte te kiezen.

Met nadruk moet bij de beoordeling worden gelet op dirigeerbaarheid, snelheid en het nemen van de kortste weg naar het apporteerblok. Om een puntenwaardering te krijgen dient de hond te blijven staan bij de markering binnen een cirkel met een radius van 2 meter rond de markering. Het is toegestaan dat de hond het apporteerblok eenmaal overpakt om een beter grip te krijgen. Hiervoor mogen geen punten worden afgetrokken.

Puntenaftrek kan volgen, indien
– de hond bij de markering gaat zitten of liggen; 2 pt
– de hond op het apporteerblok kauwt of bijt; 3 pt
– de hond overmatig op het apporteerblok kauwt of bijt; 5 pt
– de hond het apporteerblok 1x laat vallen, doch zelfstandig weer opneemt; 3 pt
– de hond het apporteerblok 1x laat vallen en een extra commando 5 pt moet worden
gegeven;
– de hond het apporteerblok laat vallen naast/voor de geleider en deze 5 pt het
apporteerblok kan oppakken zonder zich te verplaatsen;
– de geleider het apporteerblok aanneemt of afpakt van de hond, voordat hiervoor een
teken is gegeven;
– de hond scheef voor of naast de geleider gaat zitten;
– de hond traag werkt;
– de hond tegen de geleider botst;
– het apporteerblok valt, door onhandig aanpakken van de geleider, 3 pt nadat het
commando “los” is gegeven;
– extra commando’s worden gegeven; 2 pt/commando (De aftrek voor een extra
richtingscommando hangt af van de “druk” en de bereidheid van de hond om het
commando op te volgen).
De aftrek voor andere extra commando’s moeten overeenkomen met de algemene aanwijzingen en oefening 6.

Er worden geen punten toegekend, indien
– de hond de richting wordt getoond (richten) bij het startpunt. Dit wordt beoordeeld als
aanraken van de hond;
– de hond extreem op het apporteerblok kauwt of bijt;
– de hond het verkeerde apporteerblok opneemt;
– de hond het apporteerblok 2x laat vallen.

 

Oefening 8. Sprong over de horde en apporteren Coëfficiënt 3.
van een metalen voorwerp. Commando’s: “Hoog-(apport)” en “los”
Uitvoering: Geleider en hond stellen zich ca. 3 meter voor de hoogtesprong op. De geleider werpt het metaalapport over de hoogtesprong. Op aanwijzing geeft hij de hond het bevel om het metaalapport over de hoogtesprong te apporteren en terug te springen. Er dienen drie verschillende (afmeting en gewicht) metalen blokken beschikbaar te zijn. Tijdens nationale wedstrijden wordt een eigen metaalapport gebruikt. De grootte dient in relatie te zijn met van het formaat van de hond. Het maximale gewicht van het grootste blok is ca. 200 gram. De geleider mag een keuze maken welk apporteerblok hij wil gebruiken, onafhankelijk van de grootte van de hond. De hoogtesprong dient 1 meter breed te zijn en solide gebouwd. De hoogte wordt ingesteld afhankelijk van de schofthoogte van de hond, afgerond naar het dichtsbijzijnde tiental, met een maximum van 1 meter (bij nationale examens en wedstrijden maximum 60 cm. Voor honden ouder dan 7 jaar, of welke een dierenartsverklaring hebben voor een beperking bij het springen, mag de sprong worden verlaagd.

Toelichting:
Het commando “apport” moet worden gegeven voordat de hond springt. Het is toegestaan dat de hond het apporteerblok eenmaal overpakt om een betere grip te krijgen. Hiervoor mogen geen punten worden afgetrokken.

Puntenaftrek kan volgen, indien
– de hoogtesprong verlaagd wordt (> 7 jaar of dierenartsverklaring) /10 cm 2 pt
– de hond de hoogtesprong aanraakt, ook licht aanraken; 2 pt
– de hond het apporteerblok 1X laat vallen, doch zelfstandig weer opneemt; 3 pt
– de hond het apporteerblok 1X laat vallen en een extra commando 5 pt moet worden
gegeven;
– de hond het apporteerblok laat vallen naast/voor de geleider en deze 5 pt het
apporteerblok kan oppakken zonder zich te verplaatsen;
– de hond op het apporteerblok kauwt of bijt; 3 pt
– de hond meermaals op het apporteerblok kauwt of bijt; 5 pt
– de geleider het apporteerblok aanneemt of afpakt van de hond, voordat de keurmeester
hiervoor een teken heeft gegeven;
– de hond scheef voor of naast de geleider gaat zitten;
– de hond tegen de geleider botst;
– het apporteerblok valt, door onhandig aanpakken van de geleider, 3 pt nadat het
commando “los” is gegeven;
– extra commando’s worden gegeven.

Er worden geen punten toegekend, indien
– de hond heen en/of terug langs de hoogtesprong loopt;
– de hond anticipeert (handelt uit zichzelf);
– de hond extreem op het apporteerblok kauwt of bijt;
– de hond het apporteerblok 2X laat vallen.

 

Oefening 9. Sorteren. Coëfficiënt 3.
Commando’s: “Zoek-(apport)” en “los”
Uitvoering: Op het startpunt van de oefening wordt een houten voorwerp (10 cm x 2 cm x 2 cm) aan de geleider uitgereikt, wat de geleider markeert met zijn startnummer. De oefening begint zodra de geleider het voorwerp heeft afgegeven. De geleider houdt het gemarkeerde voorwerp ca. 5 seconden in zijn hand. De hond mag in dit stadium het voorwerp niet aanraken of eraan ruiken. De geleider krijgt de aanwijzing om het voorwerp af te geven en zich om te draaien. Een “volg” of “blijf” commando is toegestaan. De geleider bepaalt of hij de hond al dan niet laat kijken waar de voorwerpen worden uitgelegd. Het voorwerp van de geleider wordt, zonder dit aan te raken, samen met vijf gelijkvormige voorwerpen op de grond/vloer uitgelegd op ca. 10 meter afstand van de combinatie. De vijf overige voorwerpen worden bij het plaatsen wel aangeraakt. De voorwerpen worden uitgelegd in een cirkel of op een horizontale lijn met een onderlinge afstand van ca. 25 cm van elkaar. De geleider krijgt de opdracht om zich om te draaien en de hond het commando te geven om het gemarkeerde voorwerp te zoeken en te apporteren. De hond moet het voorwerp van de geleider vinden, apporteren en afgeven aan de geleider volgens de algemene aanwijzingen. De voorwerpen moet uitgelegd worden volgens hetzelfde patroon voor alle deelnemers, maar de positie van het voorwerp van de geleider mag variëren (2, 3, 4, 5). In het geval van een horizontale lijn mag het voorwerp van de geleider niet liggen in de buitenste positie (1 of 6). De hond krijgt ca. 30 seconden om te zoeken indien hij actief en gedreven aan het zoeken is. Voor iedere deelnemer zijn 6 nieuwe voorwerpen beschikbaar.

Toelichting:
Met nadruk moet bij de beoordeling worden gelet op de “will to please” en de snelheid. Het is toegestaan dat de hond het voorwerp eenmaal overpakt om een betere grip te krijgen. Hiervoor mogen geen punten worden afgetrokken.

Puntenaftrek kan volgen, indien
– de hond op het voorwerp kauwt of bijt; 3 pt
– de hond overmatig op het voorwerp kauwt of bijt; 5 pt
– de hond het voorwerp 1X laat vallen, doch zelfstandig weer opneemt; 3 pt
– de hond het voorwerp 1X laat vallen en een extra commando 5 pt moet worden gegeven;
– de hond het voorwerp laat vallen naast/voor de geleider en deze 5 pt het voorwerp kan
oppakken zonder zich te verplaatsen;
– de geleider het voorwerp aanneemt of afpakt van de hond, voordat hiervoor een teken is
gegeven;
– de hond scheef voor of naast de geleider gaat zitten;
– de hond tegen de geleider botst;
– het voorwerp valt, door onhandig aanpakken van de geleider, 3 pt nadat het commando “los” is gegeven;
– de hond traag werkt.

Er worden geen punten toegekend, indien
– de hond een verkeerd voorwerp oppakt;
– de hond extreem op het voorwerp kauwt of bijt;
– er commando´s worden gegeven als de hond bij de voorwerpen is;
– de geleider het voorwerp door de hond laat aanraken of hieraan laat ruiken voordat het
wordt afgegeven;
– de hond het voorwerp 2x laat vallen.

 

Oefening 10. Appèl op afstand. Coëfficiënt 4.
Commando’s: “Af”, “blijf”, “zit”, “sta”, “af” en/of hand-/armsignalen
De hond wordt af gecommandeerd op een daartoe aangewezen plaats. Op aanwijzing verlaat de geleider zijn hond en stelt zich ca. 15 meter voor de hond op. De hond moet zes keer (sta/zit/af) van positie veranderen zonder zich te verplaatsen. De volgorde van de aan te nemen posities kan variëren, maar moet voor alle deelnemers gelijk zijn. Elke positie moet twee keer worden uitgevoerd, de laatste positie is “af”. De ringmeester toont de geleider gedurende 3 seconden een bord met “tekst of symbool”, in welke volgorde de hond van positie moet wisselen. De ringmeester mag, tijdens het tonen van de aanwijzingen, de hond niet zien. Door middel van (KORTE) hand-/armsignalen en/of stem (gelijktijdig) instrueert de geleider de hond welke positie hij moet innemen. De hond wordt voor of achter een denkbeeldige lijn neergelegd.

Toelichting:
Met nadruk moet bij de beoordeling worden gelet op hoeveel de hond beweegt, de snelheid waarmee de hond van positie wisselt, de uitvoering van de positie en hoe goed de positie gehouden wordt. Om een puntenwaardering te krijgen mag de hond zich in totaal niet meer dan één lichaamslengte van het startpunt (in alle richtingen) verplaatsen en moet de
hond minimaal 5X van positie wisselen. Voor- en achterwaartse verplaatsingen worden bij elkaar opgeteld. Het is mogelijk een puntenwaardering te krijgen ook al zijn 3-4 extra commando’s gebruikt. Indien het tweede commando direct wordt opgevolgd, leidt tot een correcte positie en het totale beeld een uitmuntende oefening laat zien.

Puntenaftrek kan volgen, indien
– de hond één positie mist; 3 pt
– de hond gaat zitten voordat de geleider is teruggekeerd; 2 pt
– het eerste extra commando worden gegeven; 2 pt
– volgende extra commando’s; 1 pt
– er sprake is van overmatig stemgebruik;
– er overdreven of voortdurende hand-/armsignalen worden gebruikt.

Er worden geen punten toegekend, indien
– de hond zich meer dan één lichaamslengte verplaatst, ongeacht de richting waarin dit
plaatsvindt;
– de hond één positie overslaat en de volgende positie inneemt.

 

Cynophilia januari 2011

 

Delen via:
Share this page via Facebook Share this page via Twitter

Comments are closed.

Terug naar FCI Obedience