Programma G&G B

Terug naar FCI Obedience

Het programma G&G B bestaat uit de volgende onderdelen:

Puntentelling. 0. – 5. 5.5 – 6. 6.5 – 7. 7.5 – 8. 8.5 – 9. 9.5 – 10.

Oefening Coëfficiënt Punten
1 Gedrag t.a.v. andere honden 2 20 *
2 Staan en betasten 2 20 *
3 Gebit tonen 1 10
4 2 minuten liggen in zicht 3 30
5 Volgen aan de lijn 3 30
6 Los volgen 4 40
7 Komen op bevel 3 30 *
8 Zit tijdens volgen 3 30
9 Vak zenden 3 30
10 Vlak apport 2 20
11 Algemene indruk 2 20 *
28 280
224 – 280 punten Kwalificatie Uitmuntend, door naar G&G   1
196 – 223,99 punten Kwalificatie Zeer Goed
140 – 195,99 punten Kwalificatie Goed
< 140 punten Geen kwalificatie

* Om voor een kwalificatie in aanmerking te komen moet men voor de oefeningen 1, 2, 7, en 11 ten minste 5 punten behalen.

Oefening 1. Gedrag ten aanzien van andere honden. Coëfficiënt 2. (verplichte oefening)
Commando’s: “Volg”
De combinaties staan in een rij opgesteld, met een tussenruimte van 2 – 3 meter, de honden zittend naast de geleiders. Startend bij nummer 1 gaan de combinaties om de beurt voor en achterlangs de opgestelde rij. Mogelijk is ook, dat de keurmeester de combinaties tussen de andere opgestelde combinaties laat slalommen. De afstand tussen de geleider en de andere deelnemers mag niet meer dan 1 meter bedragen. Het noemen van de naam bij de start, is toegestaan.

Toelichting.
– Het aantal beschikbare honden voor deze oefening bedraagt 6.
– Het gedrag van de honden moet normaal vriendelijk of onverschillig zijn.
– Het gedrag mag niet vijandig of hinderlijk zijn.
– Honden die uitvallen naar andere honden kunnen worden gediskwalificeerd en van verdere deelneming uitgesloten.

Puntenaftrek kan volgen, indien
– de hond tijdens deze oefening gecorrigeerd dient te worden.
Indien voor deze oefening een onvoldoende wordt behaald, komt men niet voor een kwalificatie in aanmerking en wordt men afgewezen.

 

Oefening 2. Staan en Betasten. Coëfficiënt 2. (verplichte oefening)
Commando’s: “Sta”, “Blijf” “Zit”
De hond moet op commando van de geleider recht naast de geleider gaan staan, op aanwijzing van de steward gaat geleider schuin voor de hond staan, naar verkiezing los of aan de lijn. Indien geleider de lijn vasthoudt moet deze wel slap hangen. De lijn mag dus niet strak staan. De hond moet zich nu rustig in stand aan alle kanten laten beoordelen. Hierbij kan de keurmeester met één hand de halsband vasthouden. Dit alles moet de hond rustig toelaten, zonder te wringen of te draaien om uit te wijken, of om te trachten de keurmeester te bijten. Een enkele geringe verplaatsing wordt niet aangerekend. Op aanwijzing van de steward gaat de geleider weer naast de hond staan en geeft de hond opdracht te gaan zitten. De hond dient recht naast de geleider te gaan zitten.

Toelichting.
– Tijdens het betasten mag de geleider de hond geruststellend toespreken; dit mogen geen commando’s zijn.

Puntenaftrek kan volgen, indien
– de hond met hulp van geleider in stand gebracht moet worden;
– extra commando’s worden gegeven;

Er worden geen punten toegekend, indien
– de hond niet te betasten is.

Indien voor deze oefening een onvoldoende wordt behaald, komt men niet voor een kwalificatie in aanmerking en wordt men afgewezen.

 

Oefening 3. Gebit tonen. Coëfficiënt 2.
Op aanwijzing van de keurmeester toont de geleider door het oplichten van de lippen, het gebit, waarbij de voorzijde van het gebit gesloten moet zijn en de zijkant zo volledig mogelijk zichtbaar. De hond dient hierbij te zitten.

Toelichting.
– Tijdens het tonen van het gebit mag de geleider de hond geruststellend toespreken; dit mogen geen commando’s zijn.

 

Oefening 4. 2 minuten liggen in zicht. Coëfficiënt 3.
Commando’s: “Af”, “Blijf”, “Zit”
De combinaties staan met een tussenruimte van ongeveer 2 – 3 meter in een rechte lijn naast elkaar opgesteld, de honden zittend naast de geleiders. Op aanwijzing van de steward maken de geleiders de riem los. Op een volgende aanwijzing van de steward geven de geleiders om beurten de hond het commando te gaan liggen. De hond dient zonder te aarzelen het commando op te volgen en recht naast de geleider te gaan liggen. Op aanwijzing van de steward geven de geleiders de hond een laatste commando en verlaten de hond, met medeneming van de riem en zonder achterlating van andere voorwerpen bij de hond (deze mag de halsband omhouden), in een door de steward aangegeven richting. Vervolgens stelt hij zich, op een afstand van ca. 20 meter in zicht voor de hond op, gedurende 2 minuten. De 2 minuten gaan in als de laatste geleiders op de aangewezen plaats zijn aangekomen. Na 2 minuten, op aanwijzing van de steward keren de geleiders terug en gaan daarna op aanwijzing van de steward naast de hond staan. Op aanwijzing van de steward geven de geleiders om beurten, in omgekeerde volgorde, de hond het commando te gaan zitten en wordt de hond aangelijnd. De steward geeft hierna aan dat de oefening is afgelopen.

Toelichting.
– Na het laatste commando blijf/wacht mag géén extra commando worden gegeven.
– Indien een hond gaat lopen dient deze zwijgend te worden aangelijnd en meegenomen.

Puntenaftrek kan volgen, indien
– de hond gaat liggen/zitten op het commando van een ander;
– een te luid commando wordt gegeven.

Er worden geen punten toegekend, indien
– de hond zijn positie wijzigt (bijvoorbeeld gaat zitten of staan);
– de hond meer dan 1x zijn lichaamslengte kruipt of loopt.

 

Oefening 5. Volgen aan de lijn. Coëfficiënt 3.
Commando’s: “Volg”
De hond moet links, in een goed tempo en attent, volgen aan de slappe lijn direct naast de geleider (schouder op kniehoogte) en zodanig dat hij deze in geen enkel opzicht bij diens bewegingen hindert. De steward geeft de volgende aanwijzingen:
A. Voorwaarts                                    D. Rechtsomkeert
B. Rechts                                            E. Linksomkeert
C. Links                                               F. Halt

Bij B. en C. behoort de verandering van richting onder een hoek van 90° plaats te vinden. Bij D en E. moet de geleider op hetzelfde spoor teruglopen. Het halt houden moet vrij plotseling geschieden, de hond dient hierbij onmiddellijk en uit eigener beweging te gaan zitten. Bij voorwaarts gaan, na een halt houden dat op aanwijzing van de steward plaatsvindt, mag een commando gegeven worden. Indien de geleider i.p.v. linksomkeert een “Duitse draai” maakt, is het toegestaan dat de hond dicht langs de rechterzijde passeert.

Toelichting.
– De lijn wordt in de linkerhand gehouden en moet slap hangen.
– De armen worden tijdens het lopen normaal bewogen. De linkerarm mag hierbij licht gebogen zijn maar niet vast naast of voor tegen het lichaam worden gehouden.
– Bij het halt houden dient de hond recht naast de geleider te gaan zitten.
– Incidenteel bemoedigend toespreken is toegestaan;
– Het noemen van de naam is bij iedere start toegestaan.

Puntenaftrek kan volgen, indien
– de hond scheef naast de geleider gaat zitten;
– de hond achter en/of wijd volgt;
– de hond niet parallel volgt;
– de armen onvoldoende worden bewogen;
– extra commando’s worden gegeven.

Er worden geen punten toegekend, indien
-de hond achter en/of wijd volgt tijdens de gehele oefening.

 

Oefening 6. Los volgen. Coëfficiënt 4.
Commando’s: “Volg”
Op aanwijzing van de keurmeester maakt de geleider de riem van de hond los. Verder het geheel als oefening 5 aangelijnd volgen.

Toelichting.
– De riem wordt over de linker schouder gedragen en aan de rechterzijde vastgemaakt of om de hals gehangen.
– Incidenteel bemoedigend toespreken is toegestaan.

Puntenaftrek kan volgen, indien
– de hond scheef naast de geleider gaat zitten;
– de hond achter en/of wijd volgt;
– de hond niet parallel volgt;
– de armen onvoldoende worden bewogen;
– extra commando’s worden gegeven.

Er worden geen punten toegekend, indien
-de hond achter en/of wijd volgt tijdens de gehele oefening.

 

Oefening 7. Komen op bevel. Coëfficiënt 3. (verplichte oefening)
Commando’s: “Af”, “Hier” (2x) en “Voet”
De hond wordt op aanwijzing van de steward af gecommandeerd op de daartoe aangewezen plaats. De geleider verwijdert zich op aanwijzing van de steward ca. 15 meter van de hond in de aangegeven richting. Op aanwijzing van de steward mag de geleider de hond roepen. De naam van de hond mag gecombineerd worden met het “hier” commando, maar mogen niet de indruk geven van twee aparte commando’s.

Toelichting.
– Het is belangrijk dat de hond vlot reageert op de gegeven commando’s. De hond moet bewegen met een goede snelheid en zijn tempo vasthouden, op zijn minst een snelle draf, het ras in aanmerking genomen. De hond dient de commando’s direct op te volgen. In de beoordeling moet de snelheid van de hond worden meegenomen.

Puntenaftrek kan volgen, indien
– een extra commando’s wordt gegeven; 2 pt
– de hond zijn positie wijzigt of minder dan 1x de lichaamslengte verplaatst; 2 pt
– de hond scheef voor of naast de geleider gaat zitten;
– de hond tegen de geleider botst;
– de hond traag komt;

Er worden geen punten toegekend, indien
– een derde commando wordt gegeven;
– de hond meer dan 1X de lichaamslengte verplaatst voor het “hier” commando.

Indien voor deze oefening een onvoldoende wordt behaald, komt men niet in aanmerking voor een kwalificatie.

 

Oefening 8. Zit tijdens het volgen. Coëfficiënt 3.
Commando’s: “Volg”, “Zit”
Geleider en hond starten in normale pas in een rechte lijn vooruit. Na ca. 10 meter beveelt de geleider de hond, zonder tempowijziging, te gaan zitten. De hond dient direct te gaan zitten en de geleider loopt ca. 10 meter door tot een markering, draait zich om en staat met het gezicht richting hond. Na 3 seconden krijgt de geleider de opdracht om terug te keren naar de hond, zich naast de hond op te stellen. Alle fasen van de oefening geschieden op aanwijzing van de steward.

Puntenaftrek kan volgen, indien
– de hond tot 1x de lichaamslengte nodig heeft om de positie in te nemen 3 pt
– de hond zijn positie wijzigt (bijvoorbeeld gaat zitten of liggen)nadat de geleider zich omdraait; 3 pt
– de geleider tempo vermindert, stappen wijzigt of versnelt; 3 pt
– de geleider hand signalen en/of lichaamstaal gebruikt bij het geven van het commando. Afhankelijk van de zwaarte; 3 – 5 pt
– de hond de oefening traag uitvoert en/of scheef zit; 1 – 4 pt
– onvoldoende volgwerk wordt getoond; 1 – 2 pt

Er worden geen punten toegekend, indien
– de hond de verlangde positie niet inneemt;
– de hond zijn positie wijzigt (bijvoorbeeld gaat staan of liggen)voordat de geleider zich omdraait;
– de hond meer dan 1x de lichaamslengte nodig heeft om de positie in te nemen;
– gaat zitten voordat hiertoe een commando is gegeven;
– de geleider stilstaat voor of tijdens het geven van het commando;
– extra commando’s worden gegeven.

 

Oefening 9. Vak zenden (15 meter). Coëfficiënt 3.
Commando’s: “Vak”, (“Sta”), “Af”, “Zit”
De geleider krijgt de aanwijzing om de hond, in een rechte lijn, naar een vak van 3 x 3 meter te sturen, op ca. 15 meter afstand van het startpunt tot midden vak. Het vak moet ca. 3 – 5 meter van de buitenzijde van de ring worden geplaatst. De hoeken van het vak wordt gemarkeerd door pylonen. Zichtbare lijnen (door lint 2-3 cm breed, tape of kalklijnen) verbinden de pylonen aan de buitenzijde. De kleur van pylonen en lint zijn vrij, maar dienen contrasterend te zijn t.o.v. de ondergrond.
Wanneer de hond in het vak is aangekomen, mag de geleider de hond het commando “sta” geven. Dit wordt niet als extra commando aangemerkt. Aansluitend moet de geleider uit eigener beweging de hond laten liggen. Op aanwijzing van de steward gaat de geleider terug naar de hond en op aanwijzing van de steward mag hij de hond laten zitten.

Toelichting.
De “will to please”, het tempo en de kortste weg worden mee beoordeeld. Om 10 punten te behalen zijn niet meer dan 4 commando’s toegestaan. Het vierde commando is het eventuele “Sta” commando in het vak. De hond dient alle gegeven commando’s op te volgen, dus ook een eventueel “Sta” commando in het vak. Naar keuze kan de hond direct “af” gecommandeerd worden in het vak. Er zijn dan slechts 3 commando’s toegestaan.

Om punten te behalen dient de hond geheel in het vak te liggen, de staart niet meegerekend. Indien de hond buiten het vak gaat zitten of liggen, mag hij niet meer worden doorgestuurd.

Puntenaftrek kan volgen, indien
– de hond zijn positie wijzigt voordat de geleider zich naast de hond heeft opgesteld; 4 pt
– de hond traag werkt; 3 pt
– de hond kruipt in het vak; 3 pt
– lichaamstaal wordt gegeven; 2 pt
– de hond de startpositie inneemt zonder commando; 2 pt
– extra commando’s worden gegeven, afhankelijk van de sterkte en de dirigeerbaarheid van de hond.

Er worden geen punten toegekend, indien
– de geleider verplaatst (stapt in welke richting dan ook);
– de hond het vak verlaat voor het eide van de oefening;
– een derde commando wordt gegeven voor het “staan” of “af”;
– de hond wordt “gericht” naar het vak, ook niet voor aanvang van de oefening.

 

Oefening 10. Vlak apport. Coëfficiënt 2.
Commando’s: “Apport”, “Los”
De geleider stelt zich op met de hond zittend in de startpositie. Op aanwijzing van de steward legt de geleider een eigen apporteerblok of dummy, minstens 10 meter in een door de steward aangegeven richting. Het is toegestaan bij het verlaten van de hond een commando te geven. Na het neerleggen van het apporteervoorwerp loopt de geleider ongeveer 10 meter door en draait zich om met het gezicht naar de hond toegekeerd. De hond krijgt het commando om het apporteervoorwerp te apporteren en de hond dient hieraan vlot, opgewekt en via de kortste weg naar de geleider terug te keren en direct voor of naast de geleider te gaan zitten. De hond moet het apporteervoorwerp vasthouden totdat de geleider dit, op aanwijzing van de steward, vast neemt en de hond het bevel geeft los te laten. Indien de hond voor zit geeft de geleider de hond een commando om naast de geleider te gaan zitten.

Toelichting.
– Het apporteerblok of dummy is naar keuze en wordt door de geleider meegebracht.
– Er worden geen eisen aan het gewicht van het voorwerp gesteld.
– Tijdens het apport mag de hond niet op het voorwerp kauwen of dit overpakken.
– De hond die zich voor het commando van zijn plaats begeeft en het voorwerp zonder commando oppakt, mag de oefening eenmaal overdoen. (Dit geldt niet tijdens wedstrijden).
– Het is toegestaan dat de hond het apporteervoorwerp eenmaal over pakt om een betere grip te krijgen. Hiervoor mogen geen punten worden afgetrokken.

Puntenaftrek kan volgen, indien
– de hond anticipeert (handelt uit zichzelf) en de oefening wordt overgedaan; 3 pt
– de hond het voorwerp 1x laat vallen; 2 pt
– de hond het voorwerp 2x laat vallen; 5 pt
– de hond scheef voor of naast de geleider gaat zitten;
– de hond op het voorwerp kauwt en/of meermaals over pakt;
– de geleider het voorwerp aanneemt of afpakt van de hond, voordat de keurmeester hiervoor een teken heeft gegeven;
– de hond tegen de geleider botst;
– extra commando’s worden gegeven;

Er worden geen punten toegekend, indien
– de hond het voorwerp meer dan 2x laat vallen.

 

Oefening 11. Algemene indruk. Coëfficiënt 2.
Essentieel bij de beoordeling van de algemene indruk zijn de “will to please” en de mate waarin de hond de gegeven commando’s opvolgt. Accuratesse en correctheid van werken zijn belangrijk, evenals de natuurlijke beweging van geleider en hond. Om een hoog aantal punten te behalen moeten geleider en hond werken als een team, wederzijds plezier uitstralen om samen te werken en sportief gedrag vertonen. De activiteiten gedurende en tussen de oefeningen beïnvloeden de score van de algemene indruk.

Puntenaftrek kan volgen, indien
– de hond uitbreekt en de geleider verlaat, maar wel in de ring blijft, gedurende of tussen de oefeningen (ook al is dit slechts één keer) 5 pt

Er worden geen punten toegekend, indien
– de hond de ring verlaat;
– de hond de ring bevuilt.

Indien voor deze oefening een onvoldoende wordt behaald, komt men niet in aanmerking voor een kwalificatie.

Waarin dit reglement niet voorziet beslist de keurmeester.

Cynophilia 2012

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Delen via:
Share this page via Facebook Share this page via Twitter

Comments are closed.

Terug naar FCI Obedience