Programma Gehoorzame Hond 2

Terug naar Gehoorzame Hond

1. Aandacht.
De aandachtsoefening wordt dynamisch uitgevoerd door in een vierkant met andere honden te lopen, twee honden per zijde; met de klok mee, oversteken, tegen de klok in, etc. Het idee van dit vierkant is dat er meerdere combinaties tegelijk verplaatsen en de honden aandacht voor hun geleider houden. Het vierkant wordt wat kleiner dan in de Gehoorzame Hond 1 zodat de combinaties dichter op elkaar werken.

2. Volgen.(min +/-)
De geleider wandelt met de hond een door de instructeur te bepalen volgparcours van circa 90 meter. Tijdens het parcours worden in ieder geval de volgende handelingen verricht; links, rechts, rechtsomkeert, linksomkeert en halt houden. Het voergebruik en belonen wordt dusdanig afgebouwd dat er voor het volgen nog maar 1 maal beloond wordt, namelijk aan het eind van het volgparcours. Belonen met de stem is wel toegestaan. Het is niet toegestaan dat de hond achter het voertje/hand aan loopt.

3. Voor- en achterlangs.(min +/-)
Volgen met aandacht voor- en achterlangs de groep geleiders met honden op afstand van 1,5 meter. De combinatie die loopt passeert de rij op 1,5 meter. Alle combinaties zorgen dat ze de aandacht van de hond hebben. De lopende combinatie wandelt met aandacht (volg).

4. Begroeten.
De instructeur loopt naar de combinatie, de geleider geeft de hond het commando zit waarna de geleider de instructeur een hand geeft en de instructeur geeft een kriebel/aai aan de hond. De hond dient zich rustig te gedragen en mag niet tegen de instructeur opspringen of ander storend gedrag vertonen.

5. Zit & Blijf.(min +/-)
Het tot zit brengen van de hond dient te gebeuren zonder de hond aan te raken. De hond zit naast de geleider. De geleider doet 1 à 2 stappen zijwaarts en loopt vervolgens een halve cirkel om zijn hond. Stapt daarna naar voren, tot 5 meter afstand, en blijft 1 minuut op deze afstand staan. Op teken van de keurmeester gaat de geleider terug naar de hond en eindigt in de uitgangspositie, rechts naast de hond. De geleider dient niet stil te staan maar bijvoorbeeld zijn schoenveter te strikken, te huppelen, jump, etc.

6. Af & Blijf.(min +/-)
Het tot af brengen van de hond dient te gebeuren zonder de hond aan te raken. De hond ligt naast de geleider. De geleider doet 1 à 2 stappen zijwaarts en loopt vervolgens een halve cirkel om zijn hond. Stapt daarna naar voren, tot 5 meter afstand, en blijft 1 minuut op deze afstand staan. Op teken van de keurmeester gaat de geleider terug naar de hond en eindigt in de uitgangspositie, rechts naast de liggende hond waarna de geleider een zit vraagt. De geleider dient niet stil te staan maar bijvoorbeeld zijn schoenveter te strikken, te huppelen, jump, etc.

7. Sta & Blijf & Betasten.
Dit mag vanuit de zitpositie worden uitgevoerd. Het tot staan brengen van de hond dient te gebeuren zonder de hond aan te raken. De hond staat naast de geleider. De hond dient te blijven staan terwijl hij door geleider betast wordt aan de oren, rug en staart. De geleider gaat voor de hond langs en moet de hond ook aan de andere kant kunnen betasten, terwijl deze stil blijft staan. De geleider kan de poten van de hond op correcte wijze optillen en het zooltje bekijken en hierbij rekening houdend met de lichaamsbouw van de hond.

8. Zit vanuit Af.
De geleider lokt de hond met een koekje vanuit de af in de zit, door het koekje recht omhoog te bewegen. Koekje en handbeweging worden afgebouwd.

9. Voedsel negeren.
Het kan van cruciaal belang zijn dat de hond goed op het “nee” van de geleider reageert, wanneer de hond van straat wil eten. Er wordt een stuk brood op de grond gelegd, de plaats van het brood mag worden gemarkeerd, met bijv. een pion. De combinatie loopt tijdens de oefening “volgen” op een afstand van maximaal ½ meter langs het brood met de hond aan de zijde waar het brood is neergelegd. De hond moet het brood negeren. De geleider mag d.m.v. aandacht vragen of praten, de hond langs het brood manoeuvreren. De geleider moet de hond elke keer het “nee” commando (stemcorrectie) geven, om te voorkomen dat de hond van het brood eet.

10. Trekspel.
De geleider mag de aangelijnde hond, op neushoogte van de hond, het speeltje aanbieden. Het speeltje moet een voorwerp zijn dat door zowel de hond als de geleider vastgehouden kan worden. (Het speeltje mag geen geluid maken of een bal zijn). De geleider dient het spel onder controle te hebben en dit op elk moment kunnen beëindigen. Wild gedrag moet gecorrigeerd kunnen worden door het spel onmiddellijk te beëindigen. Op aanwijzing van de keurmeester beëindigt de geleider het spel. De hond laat het speeltje op commando los en de geleider heeft het speeltje in de handen.

11. Apporteren.
De hond is los, de geleider mag de hond opjutten met het apport. Het apport moet een apporteerblok of een dummy zijn. De hond moet in positie naast de geleider zitten en mag aan de halsband worden vastgehouden. De geleider gooit het apport ongeveer 5 meter weg. De hond krijg het commando apport en pakt het apport op. Het vast-commando mag hierbij worden gebruikt. De hond biedt het apport aan voor de geleider. De hond mag het apport staand aanbieden.

12. Komen op bevel.(min +/-)
De geleider geeft de hond een zit en blijf, verlaat de hond op een afstand van minimaal 5 meter. De hond wordt geroepen met het commando “Hier” terwijl de overige combinaties rondlopen met aandacht voor de geleider. Er mag nog steeds gebruik worden gemaakt van de twee brokken methode. Pas op de riem en de musketonhaak! Zorg dat de geleider de riem goed opbergt of op de grond legt met de voet erop (om te voorkomen dat de hond de riem oppakt en ermee wegrent). Het moet voor de cursist duidelijk zijn wat het verschil is tussen “komen op bevel” en “voorkomen”.

13. Voorkomen.
Voorwaardelijk voor starten met het trainen van het “voorkomen” is dat de hond het “komen op bevel” commando voldoende goed beheerst. Door het “komen op bevel” te veranderen naar “voorkomen”, kan de hond het plezier in het hier komen verliezen. De voorkeur heeft daarom een ander commando voor het “voorkomen” te gebruiken en in de dagelijkse praktijk zowel het “voorkomen” als het “komen op bevel” te gebruiken. Bij het “voorkomen” moet de hond zo dicht mogelijk bij de geleider komen en daar in een zit terecht komen. De hond moet recht tegenover de geleider terecht komen. Scheef zitten moet voorkomen worden. Deze oefening kan het beste aangeleerd worden met de geleider in zittende positie (stoel) waarbij de benen gespreid zijn en de hond tussen de benen moet voorkomen. Met een koekje wordt de hond zo dicht mogelijk op het lichaam van de geleider in de zit gebracht. De benen worden bij iedere oefensessie dichter bij elkaar gebracht tot de hond heeft aangeleerd recht te zitten. Als overgegaan wordt op staand “voorkomen”, is het van belang dat de geleider zijn benen een schouderbreedte uit elkaar heeft staan, zodat de hond tussen de benen door kan kijken, waardoor hij dichter bij de geleider zal willen komen. Om de oefening plezierig te maken kan voor een grote renafstand gekozen worden (ca 15 meter). De minimale afstand is 5 meter.

14. Voet.
De hond kan op commando zich dusdanig positioneren dat hij links naast de geleider komt te zitten, met zijn neus in dezelfde richting als zijn geleider. Bij het commando voet, dient de hond rechts langs de geleider achter de benen langs te lopen om vervolgens aan de linkerkant van de geleider te gaan zitten. Het commando Voet dient gedurende de cursus steeds gebruikt te worden; tijdens het wachten aan de zijlijn, bij de start van een oefening en voorafgaande aan het volgen. Gedurende de cursus dient de handhulp te worden afgebouwd.

15. Naast.
De hond kan op commando zich dusdanig positioneren dat hij links naast de geleider komt te zitten, met zijn neus in dezelfde richting als zijn geleider. Bij het commando Naast, maakt de hond een rondje links, schuin-achter de geleider om in de zit positie naast de geleider uit te komen. Het commando Naast dient gedurende de cursus steeds gebruikt te worden; tijdens het wachten aan de zijlijn, bij de start van een oefening en voorafgaande aan het volgen.

16. Vak.(min +/-)
De geleider begint in het vak en loopt met de hond minimaal 5 meter in een rechte lijn het vak uit. De geleider maakt een rechtsomkeert en komt recht voor het vak te staan met de hond zittend aan de linkerkant naast zich. De hond dient op commando (vak/plaats) voor de geleider uit te lopen, naar een (uiteindelijk leeg) bakje, waarna hij aldaar op commando gaat liggen (af). Bij voorkeur dient de geleider te blijven staan op het start punt en voegt zich bij de hond als deze is gaan liggen. Indien de geleider een stukje vooruit moet lopen richting de hond om deze in de af te krijgen mag dit, echter mag de geleider niet in het vak komen voordat de hond af is. Indien een extra commando gegeven moet worden om de hond tot staan te brengen in dit vak, is dit ook toegestaan (bijv. wacht of sta). De hond ligt bij voorkeur recht in het vak, met zijn snoet richting de geleider. Is de geleider bij de hond aangekomen dan wordt de hond beloond terwijl hij in de af ligt. De geleider is hierbij naast de hond, in positie. Hierna wordt een zit gevraagd aan de hond (vanuit af). Vervolgens wordt de hond aangelijnd en het vak wordt verlaten d.m.v. een commando volg. De hond blijft volgen tot de geleider terug is op zijn plek. Voor veel honden is het rennen naar het vak het leukste van de oefening en kan een afstand van 15 meter gehandhaafd worden. De minimale afstand van waaraf gewerkt moet worden is 5 meter. Het vak is drie bij drie meter en wordt op de hoeken gemarkeerd met pionnen. Zichtbare lijnen (lint of touw) verbinden de pionnen. De kleur van de pionnen en het lint moeten contrasterend zijn t.o.v. de ondergrond.

17. Gedrag van de hond.(min +/-)
Het gedrag van de hond mag niet hinderlijk zijn. Zowel niet te sociaal als asociaal gedrag. Een hond die bijt of die probeert te bijten wordt gediskwalificeerd. De geleider dient te allen tijde op zijn hond te letten. Ook tijdens het wachten en luisteren naar de instructies moet de geleider op zijn hond letten. De hond dient bij de geleider te blijven zitten, liggen of staan. De geleider let op dat de hond geen of minimaal contact maakt met andere honden. Fixeren moet door de geleider doorbroken worden door de aandacht te vragen en afstand te nemen van de andere hond. De hond mag andere honden niet uitdagen tot spel, als dit wel gebeurt, dient de geleider de hond bij zich te roepen en op andere wijze bezig te houden. De hond mag niet graven in het veld. De hond mag niet steeds opspringen tegen de geleider. De hond mag niet voortdurend blaffen. Een hond die zich snel verveelt moet door de geleider bezig gehouden worden. De geleider mag zijn hond oefeningen laten doen op de plek (zit, af, sta, touch, blijf, plaats (met matje), twist, voet, naast, poot). De geleider mag ook een stukje gaan lopen of even spelen met de hond, MITS dit op veilige manier kan en de andere cursisten niet stoort. De instructeur dient de geleider hier gedurende de cursus steeds op attent te maken.

18. Gedrag van de geleider.(min +/-)
Ruw gedrag van de geleider leidt tot diskwalificatie. Indien zich tijdens de toets een onveilige situatie voordoet terwijl de geleider dit had kunnen voorkomen (bijvoorbeeld een hond die tijdens een oefening losschiet), geeft dit een onvoldoende (-).

Beloningswoord.
Het beloningswoord is een hulpmiddel om het gewenste gedrag van je hond te bevestigen. Het beloningswoord is een woord dat je verder niet gebruikt in de normale spreektaal of communicatie na je hond, zoals YES, Super of SI. Het beloningswoord moet aangeleerd worden aan de hond: de geleider roept vrolijk YES en geeft de hond direct het brokje. Herhaal dit meerdere keren tot de hond het begrijpt. Na het beloningswoord wordt de hond altijd beloond met een brokje. Timing is belangrijk, het beloningswoord moet binnen 0.4 sec gegeven worden waarna het brokje zo snel mogelijk volgt. Het beloningswoord wordt vooral gebruikt bij het aanleren van nieuwe oefeningen en kan afgebouwd worden zoals ook het koekje kan worden afgebouwd.

Ophefcommando.
Het ophefcommando wordt aangeleerd aan de cursist (vrij). Dit commando dient om de hond te laten weten dat de opdracht is afgelopen en hij niet langer onder appel staat. Het commando wordt rustig en beheerst gegeven. Met name voor de blijf oefeningen en het volgen is het ophefcommando van belang. Het kan echter bij meer oefeningen gebruikt worden.

Delen via:
Share this page via Facebook Share this page via Twitter

Comments are closed.

Terug naar Gehoorzame Hond