Programma Puppen

Dit overzicht is bedoeld om inzicht te geven in de inhoud en opbouw van de cursus. Bij het aanleren van de oefeningen achten wij het noodzakelijk dit in het bijzijn van een van onze instructeurs te doen om fouten en ongelukken te voorkomen. Het is daarom niet de bedoeling dat je er vast mee aan de slag gaat. Als je eenmaal uitleg en begeleiding van de instructeur heeft gehad kunt je dit overzicht wel gebruiken als naslag werk.

Les 1: Theorieles

 

Les 2: Gehoorzaamheid 1
In deze eerste les gehoorzaamheid worden de oefeningen: aandacht, wandelen zonder trekken, zit, sta en nee behandeld.

Aandacht
De hond kijkt naar de geleider als deze het commando voor aandacht geeft: ‘kijk eens’  of  ‘let op’.

Wandelen zonder trekken
De hond loopt met de geleider mee aan de volle lengte van de riem. De hond mag poepen, plassen en snuffelen. De hond mag niet trekken aan de riem. De eigenaar gaat stil staan als de hond trekt en wacht tot de hond zelf de spanning van de lijn haalt. Als het lang duurt kan de eigenaar de hond even roepen of een geluidje maken waardoor de hond de lijn slap maakt of aandacht geeft aan de baas. De hond trekt om sneller bij zijn beloning te zijn (een andere hond, een mens, een snuffelplek). Voorkom dat hij bij die beloning kan komen door middel van trekken aan de riem. Sta stil zodra er spanning op de riem komt. Wacht op een slappe lijn en loop dan samen door. Door stil te staan voorkom je dat je hond beloont wordt voor het trekken aan de riem. Zodra de spanning van de riem is, (of de hond aandacht voor jou heeft) loop je verder.

Zit
De hond moet op commando kunnen gaan zitten, zonder dat de geleider aan de hond zit. Leer het commando ‘vrij’ hierbij aan om de hond uit de zit te halen. Houdt de beloning in een gesloten hand voor de neus van de hond. Beweeg de hand richting de staart van de hond. Het hoofd van de hond volgt de beloning in de hand, waardoor de hond gaat zitten. Beloon direct.

Sta
De hond moet op commando kunnen gaan staan. Dit mag vanuit de zit gebeuren. De geleider mag echter niet aan de lijn trekken om de hond te laten gaan staan. De geleider geeft de hond het commando ‘vrij’. De hond zit. Hou de beloning in een gesloten hand voor de neus van de hond. Beweeg de hand horizontaal ter hoogte van de neus van de hond weg. Zodra de hond gaat staan/staat, direct belonen.

Nee
De hond kent het commando Nee. Nee commando wordt aangeleerd door 2 handen te vullen met een voertje. Er wordt 1 gesloten uitgereikt naar de hond, zodra de hond naar de hand kijkt of aan de hand snuffelt, wordt het commando Nee gegeven. De hond negeert de hand met voer nadat het commando Nee is gegeven. Wanneer het “nee (foei, uhhuhh)”commando gebruikt wordt moet duidelijk zichtbaar zijn dat de hond stopt met het gedrag waarvoor gecorrigeerd werd. Het nee-koekje wordt niet alsnog gegeven. Er wordt beloond met een ander koekje, uit de andere hand.

 

Les 3: Spelen
Deze les wordt geheel besteed aan het thema spelen. Zoekspelletjes, Hersenspelletjes en spelen met soortgenoten. Trekspelletjes worden pas in de Jonge Honden behandeld, in verband met wisselen van gebit en kwetsbare botten bij puppen.

Trekspelletje
Het is niet verstandig om op jonge leeftijd gebruik te maken van een trekspelletje. Als honden wisselen van gebit kan het pijn doen. Ook zijn de botten nu nog te kwetsbaar om flink te trekken. Er is kans op blessures aan de nek. Wil men gaan trainen in de jacht, dan is het ook verstandig om trekspelletjes achterwege te laten om de hond te leren het apport altijd zacht op te pakken en af te geven.

Zoekspelletje
De neus is een goed ontwikkeld, belangrijk orgaan voor de hond. Samen met de neus van de hond bezig zijn is niet alleen leuk, het is ook goed voor de band tussen eigenaar en hond. Bij een zoekspelletje probeert de hond een voorwerp te lokaliseren in een bepaald gebied.

De hond wordt tegen gehouden door de eigenaar, doordat deze de riem kort vasthoudt. De instructeur legt, terwijl de hond kijkt, zijn speeltje of wat voertjes onder een stapel doeken of makkelijk zichtbaar in een bosje of achter een object. De hond krijgt het commando ‘zoek’ en de combinatie loopt naar het voorwerp toe. Als de hond het object gevonden heeft wordt hij beloond. Dit spel kan ook gedaan worden met een voerdoosje. Het spel kan steeds moeilijker gemaakt worden, zodra de hond het doorheeft.

Balletje, balletje
Zet drie plastic bloempotten op de grond. Onder een van de potten leg je een voertje. Dit doe je in het zicht van de hond. De hond wordt tegen gehouden door de eigenaar. Na het commando zoek mag hij het voertje gaan zoeken. Wijst hij de juiste bloempot aan, door te graven of te duwen, dan mag de eigenaar helpen door de bloempot een eindje op te tillen.

Spelen met soortgenoten
Spelen met andere honden dient gecontroleerd te gebeuren in tweetallen, om negatieve ervaringen met andere pups te voorkomen. Kies een hondje met een gelijkwaardige grootte en speelstijl. Laat de honden elkaar aangelijnd begroeten en kijk of er spelinitiatief ontstaat. Als ze gaan spelen, mogen de honden los met elkaar spelen, maar altijd in een afgeschermd gebied waar de hond vrij gemakkelijk weer te pakken te krijgen is. Kijk naar de lichaamstaal van de honden. Wordt het spel onaangenaam voor een van beiden, bijvoorbeeld omdat het te wild is of omdat een van beide honden steeds ‘wint’ en de ander verliest. Stop dan het spel.

 

Les 4. Gehoorzaamheid
In deze tweede les gehoorzaamheid worden de oefeningen: aandacht, wandelen zonder trekken, zit, sta en apporteren behandeld.

Aandacht
De hond kijkt naar de geleider als deze het commando voor aandacht geeft: ‘kijk eens’  of  ‘let op’.

Wandelen zonder trekken
De hond loopt met de geleider mee aan de volle lengte van de riem. De hond mag poepen, plassen en snuffelen. De hond mag niet trekken aan de riem. De eigenaar gaat stil staan als de hond trekt en wacht tot de hond zelf de spanning van de lijn haalt. Als het lang duurt kan de eigenaar de hond even roepen of een geluidje maken waardoor de hond de lijn slap maakt of aandacht geeft aan de baas. De hond trekt om sneller bij zijn beloning te zijn (een andere hond, een mens, een snuffelplek). Voorkom dat hij bij die beloning kan komen door middel van trekken aan de riem. Sta stil zodra er spanning op de riem komt. Wacht op een slappe lijn en loop dan samen door. Door stil te staan voorkom je dat je hond beloont wordt voor het trekken aan de riem. Zodra de spanning van de riem is, (of de hond aandacht voor jou heeft) loop je verder.

Zit
De hond moet op commando kunnen gaan zitten, zonder dat de geleider aan de hond zit. Leer het commando ‘vrij’ hierbij aan om de hond uit de zit te halen. Houdt de beloning in een gesloten hand voor de neus van de hond. Beweeg de hand richting de staart van de hond. Het hoofd van de hond volgt de beloning in de hand, waardoor de hond gaat zitten. Beloon direct.

Sta
De hond moet op commando kunnen gaan staan. Dit mag vanuit de zit gebeuren. De geleider mag echter niet aan de lijn trekken om de hond te laten gaan staan. De geleider geeft de hond het commando ‘vrij’. De hond zit. Hou de beloning in een gesloten hand voor de neus van de hond. Beweeg de hand horizontaal ter hoogte van de neus van de hond weg. Zodra de hond gaat staan/staat, direct belonen.

Apporteren
De hond is aangelijnd. Gooi het apport (een speeltje dat hij leuk vindt) een meter van de hond vandaan. Loop met de hond mee naar het apport en beloon de hond als hij het in zijn bek neemt. De beloning ruilen voor het apport (direct apport oppakken). Volgende stap is dat je iets achter de hond blijft. Belonen voor oppakken en naar je toe draaien. Blijf steeds verder achter.

 

Les 5: Balans
In deze les wordt er een parcours gelopen waarbij de puppen over verschillende ondergronden lopen. Omdat dit voor pups fysiek zwaar is, wordt het parcours afgewisseld met oefeningen waarin de pup tot rust kan komen en zijn spieren even kunnen herstellen. Het werken aan evenwicht en balans is niet alleen  goed voor het verstevigen van de              spieren van de hond, maar ook voor het zelfvertrouwen en het omgaan met en het zich bewust worden van zijn lichaam. Daarnaast kunnen deze oefeningen gedaan worden ter voorbereiding op de sport. Spelenderwijs leert de hond gebruikmaken van lijf en ledematen en daarbij leert de hond op zijn of haar eigenaar te vertrouwen. Een belangrijk onderdeel is de samenwerking. Het draait om het samenspel.

 

Les 6: Gehoorzaamheid 3
In deze derde les gehoorzaamheid worden de oefeningen: aandacht, wandelen zonder trekken, af , nee en komen op bevel behandeld.

Aandacht
De hond kijkt naar de eigenaar als deze het commando voor aandacht geeft: ‘kijk eens’  of  ‘let op’.

Wandelen zonder trekken
De hond loopt met de geleider mee aan de volle lengte van de riem. De hond mag poepen, plassen en snuffelen. De hond mag niet trekken aan de riem. De eigenaar gaat stil staan als de hond trekt en wacht tot de hond zelf de spanning van de lijn haalt. Als het lang duurt kan de eigenaar de hond even roepen of een geluidje maken waardoor de hond de lijn slap maakt of aandacht geeft aan de baas. De hond trekt om sneller bij zijn beloning te zijn (een andere hond, een mens, een snuffelplek). Voorkom dat hij bij die beloning kan komen door middel van trekken aan de riem. Sta stil zodra er spanning op de riem komt. Wacht op een slappe lijn en loop dan samen door. Door stil te staan voorkom je dat je hond beloont wordt voor het trekken aan de riem. Zodra de spanning van de riem is, (of de hond aandacht voor jou heeft) loop je verder.

Af
De hond moet op commando af kunnen gaan, zonder dat de geleider aan de hond zit. De geleider moet de hond ‘vrij’ geven. Breng de hond in de zit. Hou de beloning in een gesloten hand voor de neus van de hond. Beweeg de hand loodrecht naar beneden. De neus van de hond volgt het brokje. De hond buigt door zijn poten en gaat liggen. Beloon direct.

Nee
De hond kent het commando Nee. Nee commando wordt aangeleerd door 2 handen te vullen met een voertje. Er wordt 1 gesloten uitgereikt naar de hond, zodra de hond naar de hand kijkt of aan de hand snuffelt, wordt het commando Nee gegeven. De hond negeert de hand met voer nadat het commando Nee is gegeven. Wanneer het “nee (foei, uhhuhh)”commando gebruikt wordt moet duidelijk zichtbaar zijn dat de hond stopt met het gedrag waarvoor gecorrigeerd werd. Het nee-koekje wordt niet alsnog gegeven. Er wordt beloond met een ander koekje, uit de andere hand.

Komen op bevel
De instructeur houdt de hond vast en de geleider verlaat de hond zonder deze onder appel te zetten. De geleider roept de hond en maakt bij het komen gebruik van de ‘twee brokken methode’. Pas op de riem en de musketonhaak!. Bij het aanleren wordt het commando ‘hier’ alleen gebruikt in situaties waarbij de eigenaar zeker is dat de hond bij hem komt. Dus niet als de hond druk aan het spelen is met andere honden. Zo voorkom je dat de hond het commando leert negeren.

 

Les 7: Dierenarts
In deze les worden de oefeningen rondom het thema dierenarts behandeld en komen de volgende oefeningen aan de orde: begroeten, medicijnen geven, tandjes/gebitsverzorging, op tafel tillen, betasten en staand afdrogen.

Begroeten
De geleider loopt met hond naar de instructeur (afstand ongeveer 5 meter) en geeft de hond het commando zit waarna de geleider de instructeur een hand geeft. De hond dient zich rustig te gedragen en mag niet tegen de instructeur opspringen of ander storend gedrag vertonen. Bij de gehele oefening mag koek gebruikt worden om te voorkomen dat de hond tegen de instructeur springt. In deze fase is het nog niet nodig om te oefenen dat de instructeur ook de hond begroet.

Medicijnen geven
De geleider laat zien dat de hond het toestaat dat de geleider een brokje achter in de bek van de hond kan doen. De kop wordt omhoog gehouden en de geleider wrijft over de adamsappel van de hond om de slikreflex op te wekken.

Tandjes / Gebitsverzorging
Tanden poetsen voorkomt tandsteen en tandvleesproblemen. Het aanraken en openen van de bek kan gezien worden als dominantiehandeling. De hond heeft tijdelijk minder controle over zijn belangrijkste wapen. Poetsen voorkomt tandsteen. Tandsteen is slecht voor het gebit. Het moet door de dierenarts onder narcose verwijdert worden. Dat is een belastende ingreep. Poetsen voorkomt dat de hond uit zijn bek gaat stinken. De pup legt zijn bek in de hand van de geleider waarna deze rustig de hond aan alle kanten van de snuit wordt aangeraakt en de lip kan worden opgetild.

Op tafel tillen
De eigenaar tilt, zorgdragend dat de rug van de hond recht blijft, de hond op en zet de hond, via de kortste weg op tafel. Bij grote honden kan de geleider eventueel hulp vragen. Bij hulp dient de eigenaar de voorkant van de hond te nemen en de helper de achterkant. De eigenaar dient de helper in details te vertellen hoe hij moet tillen. De arm die het dichtst bij de achterhand van de hond is schuif je voor de achterbenen langs naar de achterkant van de romp van de hond. Je arm ondersteunt de buik, in de liezen, je hand is op de rug van de hond. De andere arm leg je achter de voorpoten van de hond, in de oksels van de hond. Je hand komt hier ook op de rug van de hond. De hond leunt met zijn hele gewicht op jouw borstkas. Als alternatief kan de voorste arm ook over de borst, tussen de twee voorpoten gestoken worden

Betasten
Een hond moet leren dat aanrakingen geen bedreigingen vormen. Anders kan een plotselinge aanraken van bijvoorbeeld een passerend kind of een dierenarts op vervelende situaties uit lopen. De instructeur voert de oefening uit. De eigenaar moet hierbij assisteren door de hond vast te houden, zodat deze niet van de tafel kan vallen. De instructeur bekijkt de oren, laat de hand over de rug en poten van de hond gaan en tilt de staart iets op. De hond moet dit rustig ondergaan. De geleider mag de hond eventueel ter ondersteuning bij het hoofd vast houden. De geleider mag altijd geruststellend praten. Als de hond het spannend vindt, mag tijdens de oefening voer gegeven worden om een prettige associatie met aanraken te bewerkstelligen.

Staand afdrogen
De geleider droogt de hond staand af met behulp van een meegebrachte handdoek.
De rug, buik en poten dienen een droogbeurt te krijgen. Daarna wordt de hond geborsteld met een voor de vacht van de hond geschikte borstel of kam. Daarna worden de poten en voetzolen gecontroleerd op steentjes of beschadigingen.
De hond dient dit alles rustig toe te laten.

 

Les 8: Gehoorzaamheid 4
In deze vierde les gehoorzaamheid worden de oefeningen: aandacht, af, volgen, apporteren, en komen op bevel.

Aandacht
De hond kijkt naar de eigenaar als deze het commando voor aandacht geeft: ‘kijk eens’  of  ‘let op’.

Af
De hond moet op commando af kunnen gaan, zonder dat de geleider aan de hond zit. De geleider moet de hond ‘vrij’ geven. Breng de hond in de zit. Hou de beloning in een gesloten hand voor de neus van de hond. Beweeg de hand loodrecht naar beneden. De neus van de hond volgt het brokje. De hond buigt door zijn poten en gaat liggen. Beloon direct.

Volgen
De geleider wandelt met de hond. De hond loopt links of rechts naast de geleider, maar wisselt tijdens het wandelen niet van kant. Er mag gebruik gemaakt worden van voer en stem om de aandacht van de pup bij de geleider te houden. Als de hond vooruit loopt stopt de geleider en deze probeert zijn hond weer naast hem te krijgen en verder te lopen. Houd de beloning in een gesloten hand kort voor de neus van de hond. Beweeg daarna de hand direct naar de buik. Stap tegelijkertijd met het linkerbeen weg (hond = links). Beloon de hond na een of twee stappen volgen. Geef het commando volg op het moment dat de hond in beweging komt.

Apporteren
De hond is aangelijnd. Gooi het apport (een speeltje dat hij leuk vindt) een meter van de hond vandaan. Loop met de hond mee naar het apport en beloon de hond als hij het in zijn bek neemt. De beloning ruilen voor het apport (direct apport oppakken). Volgende stap is dat je iets achter de hond blijft. Belonen voor oppakken en naar je toe draaien. Blijf steeds verder achter.

Komen op bevel
De instructeur houdt de hond vast en de geleider verlaat de hond zonder deze onder appel te zetten. De geleider roept de hond en maakt bij het komen gebruik van de ‘twee brokken methode’. Pas op de riem en de musketonhaak!. Bij het aanleren wordt het commando ‘hier’ alleen gebruikt in situaties waarbij de eigenaar zeker is dat de hond bij hem komt. Dus niet als de hond druk aan het spelen is met andere honden. Zo voorkom je dat de hond het commando leert negeren.

 

Les 9: Sport
In deze les wordt er een klein voorproefje gegeven van verschillende sportdisciplines, zoals Behendigheid, Breitensport, Funny ‘O, GG en Hoopers. Hondensporten vergroten de fysieke fitheid en het zelfvertrouwen van de hond. Door de oefeningen wordt de hond zich meer bewust van zijn lijf, vooral van de achterhand. Hond en eigenaar kunnen met een mentale en fysieke uitdaging aan de slag. Samen bezig zijn vergroot de band.

Tunnel
Laat de hond eraan snuffelen en kijk of hij er met wat bemoediging of een voertje door heen wil stappen. Beloon hem als hij er door heen is. Maak de tunnel steeds vijf tot 10 centimeter langer. Als de hond er door loopt geef je het commando ‘door’, zodat de hond dit commando kan koppelen aan het door de tunnel lopen. Als de tussen wat langer is gaat de eigenaar aan de andere kant van de tunnel staan en kijkt erdoor heen zodat de hond de eigenaar kan zien.

Hoogtesprong
Loop met de hond naast je rustig op de hindernis af en laat de hond er in zijn eigen tempo overheen lopen of springen. Beloon na iedere hindernis. Stel de sprongen hier iets hoger, maar niet hoger dan dat de hond er nog over heen kan stappen. Voeg het commando toe door steeds spring te roepen als de hond een sprongetje maakt.

Staande Hoepel
Loop met de hond naast je rustig op de hindernis af en laat de hond er in zijn eigen tempo doorheen lopen of springen. Beloon na iedere keer dat ie er doorheen gaat. Voeg het commando toe door steeds spring te roepen als de hond een sprongetje maakt.

Wip
Er wordt gebruik gemaakt van een kleine, lage wip die speciaal voor de puppen gemaakt is. Leidt de hond over de wip door hem achter je hand of een voertje aan te laten lopen. Laat de hond midden op de wip stoppen. Kantel nu zelf met je hand de wip naar de andere kant, terwijl de hond stil staat en laat de hond verder lopen. Leidt hem met het koekje helemaal van de wip af en beloon hem dan.

Platte ladder
Leg een ladder op de grond. Zorg ervoor dat deze veilig is, zonder scherpe randen oid. Lok de hond erover heen. Hij moet soms zoeken met zijn voeten en waar hij deze neerzet. Geef hem hiervoor de tijd.

Zitten in de hoepel
Een hoepel ligt op de grond. De geleider lokt zijn hond er zo in dat deze zittend in de hoepel terecht komt. Er kunnen meerdere hoepels neergelegd worden zodat de oefening meerdere keren in een

Liggen bij een pion
De geleider weet hoe hij de hond in de af kan krijgen.

Achtje lopen
De combinatie loopt een achtje om twee pionnen.

Zigzag
De geleider en hond lopen zigzaggend tussen paaltjes of pionnen door (volgen)

Voorpoten op een krukje
Voor middelgrote en grote honden kan hiervoor een opstapkrukje gebruikt worden, voor kleine hondjes kan men een dik boek o.i.d. gebruiken. Lok de hond met de voorpoten op het krukje door de hond recht voor het krukje te laten zitten en hem dan recht omhoog te lokken zodat hij op zijn achterpoten gaat staan en met zijn voorpoten op het krukje komt.

Vierkant
De vier pionnen kunnen in een vierkant gezet worden met de stokken er tussen, zodat er vier hoogtesprongetjes ontstaan. De ruimte in het vierkant kan gebruikt worden voor een gehoorzaamheidsoefening zoals ‘af’. Loop met de hond naast je rustig op de hindernis af en laat de hond er in zijn eigen tempo overheen lopen of springen. Beloon na iedere hindernis. Stel de sprongen hier iets hoger, maar niet hoger dan dat de hond er nog over heen kan stappen. Voeg het commando toe door steeds spring te roepen als de hond een sprongetje maakt.

 

Les 10: Gehoorzaamheid
In deze vierde les gehoorzaamheid worden de oefeningen: aandacht, wandelen zonder trekken, volgen, apporteren en komen op bevel behandeld.

Aandacht
De hond kijkt naar de eigenaar als deze het commando voor aandacht geeft: ‘kijk eens’  of  ‘let op’.

Wandelen zonder trekken / Uitlaten
De hond loopt met de geleider mee aan de volle lengte van de riem. De hond mag poepen, plassen en snuffelen. De hond mag niet trekken aan de riem. De eigenaar gaat stil staan als de hond trekt en wacht tot de hond zelf de spanning van de lijn haalt. Als het lang duurt kan de eigenaar de hond even roepen of een geluidje maken waardoor de hond de lijn slap maakt of aandacht geeft aan de baas. De hond trekt om sneller bij zijn beloning te zijn (een andere hond, een mens, een snuffelplek). Voorkom dat hij bij die beloning kan komen door middel van trekken aan de riem. Sta stil zodra er spanning op de riem komt. Wacht op een slappe lijn en loop dan samen door. Door stil te staan voorkom je dat je hond beloont wordt voor het trekken aan de riem. Zodra de spanning van de riem is, (of de hond aandacht voor jou heeft) loop je verder.

Volgen
De geleider wandelt met de hond. De hond loopt links of rechts naast de geleider, maar wisselt tijdens het wandelen niet van kant. Er mag gebruik gemaakt worden van voer en stem om de aandacht van de pup bij de geleider te houden. Als de hond vooruit loopt stopt de geleider en deze probeert zijn hond weer naast hem te krijgen en verder te lopen. Houd de beloning in een gesloten hand kort voor de neus van de hond. Beweeg daarna de hand direct naar de buik. Stap tegelijkertijd met het linkerbeen weg (hond = links). Beloon de hond na een of twee stappen volgen. Geef het commando volg op het moment dat de hond in beweging komt.

Apporteren
De hond is aangelijnd. Gooi het apport (een speeltje dat hij leuk vindt) een meter van de hond vandaan. Loop met de hond mee naar het apport en beloon de hond als hij het in zijn bek neemt. De beloning ruilen voor het apport (direct apport oppakken). Volgende stap is dat je iets achter de hond blijft. Belonen voor oppakken en naar je toe draaien. Blijf steeds verder achter.

Komen op bevel
De instructeur houdt de hond vast en de geleider verlaat de hond zonder deze onder appel te zetten. De geleider roept de hond en maakt bij het komen gebruik van de ‘twee brokken methode’. Pas op de riem en de musketonhaak!. Bij het aanleren wordt het commando ‘hier’ alleen gebruikt in situaties waarbij de eigenaar zeker is dat de hond bij hem komt. Dus niet als de hond druk aan het spelen is met andere honden. Zo voorkom je dat de hond het commando leert negeren.

 

 

Delen via:
Share this page via Facebook Share this page via Twitter

Comments are closed.